Verborgen woord

[Psalm 119:11]

Uit: Kerkmozaïek, januari 2011

Wat heb je aan woorden? Woorden zijn krachteloos, weerloos ook, misschien zelfs waardeloos. Protestanten zeggen te leven van het woord van God. Daarom preken de dominees niet te kort (ook niet te lang natuurlijk). Maar wie kent de ervaring en het verlangen niet, zoals verwoord door Toon Hermans?

‘Het blijft bij loze woorden,
gewauwel, getrompetter,
maar woorden helen wonden niet
_er zit nog zoveel etter.
Ik heb de preek gehoord en dacht:
Wie ons gezond wil maken
moet met een woordeloze kracht
ons diep van binnen raken…’

Daarom begrijp ik die dichter-bidder van Psalm 119 ook niet goed met zijn eindeloze lofzang op het woord, de wet en de belofte van God. Weet hij dan niet, dat ook het woord van God meestal botst op het harde leven en op harde harten? Dat ook het levende woord van de HEER niet bij de etter van de mens komt om daar de wonden te helen? Woorden zijn niet krachtig genoeg, beste dichter!
Hij zal misschien terugzeggen: ‘Je moet woorden ook de kans geven om krachtig te worden. U moet ze in uw hart bewaren, zoals ik ze ook in mijn hart verberg. Het woord van God is als een schat die je diep binnen in je bewaart. Ik verstop die woorden, alsof ze graankorrels in de aarde zijn die eerst moeten wortelschieten en ontkiemen. Of – om een ander beeld te gebruiken – ik leg ze als goede wijn te rijpen in de kelder van mijn leven. En zo worden die woorden vruchtbaar en krachtig.’
Deze dichter-bidder weet dus van de discipline om het woord van God in alle rust tot je te nemen, te memoriseren en te herkauwen. Zodat de woorden in je leven verborgen raken en tot leven komen – van het hoofd naar het hart, van de oren naar de ziel. Een discipline die het waard is om te (leren) beoefenen. ‘Opdat ik tegen U niet zondige’, verlangt de dichter. Om een geheeld, een gezond mens te worden, zegt Toon Hermans.

Ds. Johan VISSER
Antwerpen-Oost

Doe mee aan de discussie

arrow