Met 35 waren wij in maart samen in Ucimont. De Synodale Raad wilde graag in gesprek gaan met een brede afvaardiging uit de nationale kerk, om de situatie van de VPKB onder ogen te zien en samen pistes te formuleren voor de toekomst. Zelf was ik uitgenodigd om het stadspredikantschap als kerkmodel te vertegenwoordigen.
Op voorhand deelden de deelnemers visies en aandachtspunten in een gedeeld document. Ik heb voor mijn inbreng ruggespraak gehouden met mijn collega’s stadspredikanten/-pastores. Het document vormde een basis voor de besprekingen.
Via bezinningsmomenten lieten we ons inspireren door de bijbelse profeten Haggaï en Zacharia met hun visioenen over wederopbouw en herstel. Dan volgden vier tot vijf workshops per dag, dus we hebben onze tijd grondig benut. Gelukkig was er ook ruimte voor ontspanning, genieten en gesprekken in de wandelgangen, wat onze onderlinge verbondenheid en de goede sfeer alleen maar bevorderde (zie foto hierboven ).
De workshops vonden steeds plaats in groepen van tien personen, geleid door capabele mensen van het VPKB-bureau. Goed voorbereide werkvormen moesten ons van open brainstorm steeds gerichter doen komen tot concrete werkmodellen. Daar zat een duidelijke opbouw in. Op dinsdag benoemden we openlijk wat niet goed gaat in de kerk. Op woensdag zochten we in de vele post-its naar rode draden, aandachtspunten en waarden. En op donderdag hebben we die in achttien haalbare projecten gegoten, waarvan we drie van begin tot eind hebben uitgewerkt tot “prototypes”. Dit alles volgens het drieluik, één luik per groep: 1. wezen van de kerk – 2. middelen en personeel – 3. kerk naar buiten.
Op woensdagavond mocht ik voor de hele groep vertellen over de formule waarmee de gemeente Leuven mij heeft aangesteld: halftijds gemeentepredikant, halftijds stadspredikant, met als doel om ons als kerk in Leuven concreet open te stellen voor mensen buiten de kerk. Ik vertelde hoe ik momenteel volop contacten maak en netwerken opbouw met levensbeschouwelijke, sociale en andere partners in de stad, en hoe ik wekelijks present ben in armoedeorganisaties om in elk geval de moeilijke kant van de samenleving in het oog te hebben. Vervolgens zullen we geleidelijkaan als Leuvense kerk samen verkennen voor welke doelgroepen we wat kunnen gaan betekenen. Dit verhaal werd op enthousiaste reacties onthaald en de workshopgroep rond het luik “kerk naar buiten” heeft deze aanpak als model uitgewerkt. En dat terwijl wij in Leuven zelf nog volop aan het leren zijn. Iedere kerkgemeente kan in eigen context exploreren, uitwerken en toepassen hoe zij dienstbaar kan zijn, op maat van wat zich daar voordoet. Een doelgericht stappenplan kan helpen om te zien hoe je dit kunt aanpakken.
“Ucimont” was een begin. De prototypes zullen worden uitgewerkt tot concrete werkpistes, en voorgelegd ter bevestiging in de synodevergadering van november aanstaande.
Zo staan we hopelijk voor een nieuwe tijd in de kerk waar we niet toegeven aan pessimisme, noch aan overorganisatie, en al helemaal niet aan zelfbehoud en eigenbelang, maar waar creativiteit, openheid, dienstbaarheid en liefde, of anders gezegd de werking van de Heilige Geest alle ruimte krijgt.
Dit is meer dan een vrome wens. Het is dat of onze relevantie verliezen. “De kerk die niet dient, dient tot niets.” Als presentiebeoefenaar in hart en ziel ben ik diep gevormd door mijn jaren in Antwerpen onder mensen in armoede, eenzaamheid en op de vlucht, en in Leuven nu al diep geraakt door existentiële nood onder studenten en andere zinzoekers. Beseffen we wel wat we, binnen ons Belgisch systeem van overheidswege en in vrede en vrijheid van godsdienst, te bieden hebben? Liefde, vrijplaats, safe space, hoop en verbondenheid, in een wereld die op allerlei manieren in brand staat.
Ds. Petra Schipper
