LAB·ORA: Een lerende kerk ontmoet een luisterende faculteit

LAB·ORA

Afgelopen week had ik het voorrecht om deel te nemen aan een retraite van de synoderaad van de VPKB, samen met mijn collega’s van de Franstalige faculteit en een twintigtal predikanten en medewerkers uit verschillende delen van de kerk. Voor mij persoonlijk was het een bijzondere ervaring: een eerste intensieve kennismaking met de kerk die ik als decaan van de FPTR sinds 1 januari mag dienen.

We doorliepen een gestructureerd proces van beleidsanalyse. Dat klinkt misschien zakelijk, maar in werkelijkheid ging het om iets dat veel wezenlijker is: samen proberen te verstaan waar wij als kerk staan, en waar wij geroepen worden om te gaan. Hoe kan een relatief kleine kerk present en overeind blijven in een complexe samenleving?

Wat mij trof was de bereidheid om te luisteren. Niet alleen naar elkaar, maar ook naar wat zich aandient in de context waarin gemeenten en predikanten werken. De diversiteit aan ervaringen was groot, maar er was ook een duidelijke gemeenschappelijke grond: een verlangen om als kerk betekenisvol aanwezig te zijn, met aandacht voor stad en samenleving, voor zingeving en voor geestelijke begeleiding.

Wat mij zo mogelijk nog meer trof was de diversiteit van geloven: onze stromingen in de VPKB die immers een verenigde kerk is met grote diversiteit aan smaken. In Nederland leven we met het gegeven dat als de verschillen te groot zijn, de afscheiding zich al snel aandient. Het feit dat tussen de verschillende onderdelen van de VPKB soms wat spanningen ontstaan moge duidelijk zijn maar het is ook een verenigde kerk. Dat vergt gesprek én tolerantie jegens elkaar. En dat is heel mooi om te ervaren.

De theologische opleiding kan alleen vruchtbaar zijn wanneer zij verbonden blijft met de praktijk van de kerk en dus met de aangetroffen diversiteit. Daarom was deze retraite voor mij niet alleen een kennismaking, maar ook een bevestiging van de richting waarin wij met de Faculteit willen gaan. Wij willen de opleiding sterker verbinden met de concrete roeping van de kerk in deze tijd. Dat betekent onder meer aandacht voor nieuwe vormen van bediening, voor stedelijke contexten, voor geestelijke verzorging, en voor vormen van levenslang leren. Predikanten en kerkelijk werkers bewegen zich steeds vaker in netwerken en projecten, en vragen om een opleiding die hen daarin ondersteunt.

Wat mij tijdens de retraite hoop gaf, was de energie en de betrokkenheid waarmee deze vragen besproken werden. De bereidheid om samen te zoeken, om ervaringen te delen, en om ook moeilijke kwesties niet uit de weg te gaan, laat zien dat de VPKB een lerende kerk wil zijn. De kerk die naar buiten treedt, niet alleen om mensen te winnen voor haarzelf maar juist ook dienend te zijn daar waar wij nodig zijn. Dat is een grote kracht.

De FPTR wil graag een partner zijn in dat leerproces. Niet als instantie die antwoorden van buiten aanreikt, maar als gemeenschap van docenten en studenten die samen met de kerk blijft zoeken naar verstaanbare en verantwoorde vormen van theologie. Opleiding en kerk hebben elkaar nodig: zonder kerk verliest theologie haar bedding, zonder theologie verliest de kerk een deel van haar reflectieve kracht. Wij willen kunnen inspireren maar net zo goed ook geïnspireerd worden.

De zeer goede workshopleiding heeft een proces van denken op gang gebracht waar wellicht nog niet helemaal een nieuwe strategie uit voortkomt maar wel een richting, geschraagd op drie projecten: versterking van de verbinding van de predikanten, meer naar buiten treden op maatschappelijk vlak en een betere organisatie van predikanten en financiën. Zij hebben het vertrouwen versterkt dat wij, ondanks onzekerheden en veranderingen, samen op weg kunnen blijven – lerend, zoekend en hopend.

Dr. Goos Minderman

arrow