Je leven opnieuw bekijken in het licht van God
Het is altijd lastig om over jezelf te praten, vooral als het om een roeping gaat. Want een roeping is niet van ons: ze gaat ons vooraf, ze doordringt ons, ze overstijgt ons. En toch maakt ze deel uit van een heel concreet verhaal, dat bestaat uit ontmoetingen, keuzes, soms omwegen en vaak onopvallende toewijding.
Als ik vandaag, nu mijn pastorale inzegening nadert, terugkijk op mijn levensloop, herken ik in de eerste plaats het werk van God in de loop van de tijd. Ik ben een man van 60 jaar, de jongste in een groot gezin en vader van een dochter van 25, Zoé. Deze elementen zijn niet louter biografisch: ze hebben mijn manier van in de wereld staan gevormd, mijn voorliefde voor relaties, voor luisteren, voor dialoog.
Een leven gevormd door de wereld en open voor God
Mijn eerste baan was in de sector van de techniek, waar ik bijna drie decennia heb gewerkt. Deze periode staat niet haaks op mijn pastorale roeping: ze maakt er deel van uit. Ik heb er discipline, verantwoordelijkheid en samenwerken geleerd, maar ook de complexiteit van de menselijke samenleving. God roept ons niet buiten de werkelijkheid om; Hij ontmoet ons in het hart ervan.
Het onderwijs, dat ik enkele jaren heb gegeven, was ook een plek van roeping. Overbrengen, uitleggen, begeleiden: allemaal handelingen die, achteraf gezien, voorlopers lijken te zijn van het pastoraal ambt.
Muziek en zang nemen ook een zeer belangrijke plaats in mijn leven in. Ze openen een ruimte waar het woord gebed wordt, waar het hart zich op een andere manier kan uiten. In de christelijke traditie is zang niet louter versiering: het is een manier om het geloof te beleven, om het in ons en onder ons te laten weerklinken, net als de stilte.
Een roeping: een oproep van God en een menselijk antwoord
Als ik het over roeping heb, zou ik graag zeggen dat die zowel laattijdig als vroegtijdig is. Laattijdig in de zichtbare uitvoering ervan, aangezien ik pas in 2019 met mijn theologiestudie ben begonnen. Maar vroegtijdig in haar oorsprong, als een stille aanwezigheid die mijn levensweg al begeleidde.
In het christelijk geloof is de roeping nooit in de eerste plaats een menselijk initiatief. Ze is een antwoord op een oproep. “Niet jullie hebben mij gekozen, maar ik heb jullie gekozen”, zegt Christus (Johannes 15,16). Dit woord krijgt met de tijd een bijzondere diepgang. Het nodigt uit om te erkennen dat God in ons leven aan het werk is lang voordat we ons daarvan bewust worden.
Het gaat niet om een spectaculaire roeping, maar om een roeping die zich in de loop van de tijd ontvouwt, die onderscheiden wordt, die bevestigd wordt en die ook twijfel kent. Een uitnodiging om beschikbaar te zijn, om ermee in te stemmen gezonden te worden.
Voor God staan: een innerlijke voorbereiding
Naarmate de wijding nadert, is de eerste voorbereiding een innerlijke. Ze bestaat erin voor God te staan, in gebed, in stilte, in het luisteren naar het Woord.
Zich voorbereiden betekent niet jezelf waardig tonen, maar jezelf beschikbaar stellen. Het is erkennen dat de pastorale bediening niet alleen op onze bekwaamheden rust, maar op de genade van God. “Mijn genade is u genoeg”, zegt de Heer tegen de apostel Paulus (2 Korintiërs 12,9). Dit woord is zowel veeleisend als bevrijdend: het roept op tot vertrouwen.
De inzegening is een uitverkiezing voor de dienst, maar het is ook een zending. Het plaatst ons niet in een positie, maar zet ons in beweging.
Een kerkelijke roeping: geroepen en erkend
De pastorale roeping wordt nooit in eenzaamheid beleefd. Ze wordt geroepen, onderscheiden en erkend in de Kerk en ook in de omgeving.
Het traject binnen de VPKB, met name via de Rekruteringcommissie, maakt volledig deel uit van dit onderscheidingsproces. Ik heb daar de ervaring opgedaan van aandachtig luisteren en een veeleisende dialoog. De Kerk neemt geen genoegen met het bekrachtigen van een persoonlijke roeping; ze stelt deze op de proef, bevestigt deze en plaatst deze in een gemeenschappelijke zending.
Dit kerkelijke aspect is essentieel: het herinnert eraan dat de predikant geen baas is over zijn ambt. Hij ontvangt het om te dienen.
Leren dienen: de tijd van het proponentschap
Het proponenatschap is een beslissende periode. Het is in zekere zin een leerschool van de werkelijkheid. Waar de studie instrumenten biedt, confronteert het proponenatschap je met het concrete leven van de Kerk.
Het Woord verkondigen, mensen begeleiden, de viering leiden, luisteren, in teamverband werken: allemaal aspecten van het ambt die je niet alleen uit boeken leert.
De begeleiding door een consulent was voor mij een echte steun. Deze relatie maakt bezinning, inzicht en groei mogelijk. Ze herinnert eraan dat het ambt wordt beleefd in een samenwerkingsverband.
Een Woord om te volgen
Gedurende deze hele weg waren bepaalde bijbelse woorden mijn bakens. Onder andere deze woorden van Jezus:
“Ik ben de weg, de waarheid en het leven. ” (Johannes 14,6)
Het geeft geen kennis om te bezitten, maar een relatie om te beleven. Het nodigt uit om te volgen, te vertrouwen, verder te gaan zonder alles in de hand te hebben.
En in de moeilijkere momenten, dit woord van Jesaja: “Jullie kracht ligt in rust en vertrouwen.” (Jesaja 30,15)
Christus geeft niet alleen de weg aan: hij is zelf de weg. Deze overtuiging vormt de kern van mijn geloof en mijn inzet.
Voor een levende en nederige Kerk
Nu de inzegening nadert, is mijn wens voor de gemeente die mij zal verwelkomen eenvoudig: dat we samen mogen streven naar een levende Kerk.
Een Kerk die geworteld is in de Schrift, openstaat voor de wereld en aandacht heeft voor de meest kwetsbaren. Een Kerk die zichzelf niet als volmaakt beschouwt, maar als een Kerk die onderweg is.
Het pastoraal ambt bestaat er niet in om dingen voor anderen te doen, maar om aan te moedigen, te begeleiden en het gemeenschapsleven mogelijk te maken. Het past in een dynamiek van samenwerking, waarin iedereen geroepen is om zijn of haar gaven in te zetten.
Een verlangen naar eenheid: het hart van de oecumenische beweging
Een van de aspecten die mij bijzonder na aan het hart liggen, is de oecumenische betrokkenheid. Misschien omdat mijn eigen levensloop geworteld is in een katholieke traditie, voordat ik mij vandaag de dag aansluit bij de protestants-gereformeerde kerk, draag ik de overtuiging in mij dat de eenheid van de christenen geen vrijblijvend extraatje is, maar een vereiste van het Evangelie. Wanneer Jezus bidt “opdat allen één mogen zijn” (Joh. 17,21), spreekt hij geen vrome wens uit, maar baant hij een weg die wij geroepen zijn nederig te bewandelen.
Oecumene bestaat niet uit het uitwissen van verschillen, maar uit het leren er op een andere manier mee om te gaan, in respect, luisteren en wederzijdse erkenning. Het gaat erom van de ander datgene te ontvangen wat onze eigen manier van geloven kan verrijken, zonder afstand te doen van wat ons eigen fundament vormt. In een wereld die gekenmerkt wordt door verdeeldheid en breuken, is het getuigen van een mogelijke, zij het onvolmaakte, gemeenschap al een krachtig statement.
In mijn ambt hoop ik bescheiden maar vastberaden bij te dragen aan deze dynamiek: ontmoetingen, gezamenlijke gebeden en concrete samenwerkingen bevorderen. Want vaak vallen vooroordelen weg en wordt broederschap werkelijkheid juist in de beleefde relatie. Ook hier begint alles met een ontmoeting, en misschien is dat al een manier om de Geest aan de eenheid te laten werken.
Dienen in vertrouwen
De pastorale bediening betreden betekent aanvaarden dat je niet alles onder controle hebt. Het betekent vertrouwen op God die roept en begeleidt, die ‘met ons’ is.
Het betekent ook geloven dat de Geest in de Kerk werkt, vaak op een discrete, maar reële manier. De dominee is niet degene die de Kerk tot leven brengt; hij is degene die zich in dienst stelt van dit door God gegeven leven.
Conclusie: Een trouw gevormd door ontmoetingen
Als ik deze weg vandaag opnieuw zou moeten beschrijven, zou ik die niet in de eerste plaats omschrijven als een opeenvolging van stappen of beslissingen, maar als een verhaal van ontmoetingen.
Allereerst de ontmoeting met de drievuldige God, maar ook menselijke ontmoetingen: die met mijn familie, mijn vrienden, collega’s, leraren, predikanten, broeders en zusters in de kerk, maar ook, in de loop van de tijd, met christenen uit andere tradities, met wie ik heb leren bidden, in dialoog gaan en hetzelfde geloof herkennen dat op een andere manier wordt beleefd. Elke van deze ontmoetingen heeft op zijn eigen manier een spoor achtergelaten, een deur geopend, een blik verruimd. Sommige waren doorslaggevend, andere meer bescheiden, maar ze hebben allemaal bijgedragen aan wie ik ben geworden.
Ook spirituele ontmoetingen, soms onverwacht, waarbij een gehoord woord, een bijbeltekst, een viering of een gedeelde stilte als een oproep hebben gewerkt. Geloof ontstaat niet in het abstracte: het ontstaat op die momenten waarop iets ons raakt, ons aanspreekt, ons in beweging brengt.
Daarom klinkt dit woord van de apostel Paulus met een bijzondere kracht:
“Het geloof komt voort uit wat men hoort, en wat men hoort komt voort uit het woord van Christus.” (Romeinen 10,17)
Ja, het geloof komt voort uit wat men hoort, maar het gaat bijna altijd via iemand. Via een stem, een gezicht, een aanwezigheid. Het gaat van leven tot leven, van hart tot hart.
En als ik deze weg teruglees, word ik me er ook van bewust dat we nooit alleen onderweg zijn. De brief aan de Hebreeën spreekt over die “wolk van getuigen” die ons omringt en ons voorgaat. Zij die ons het geloof hebben doorgegeven, zij die vóór ons hebben volhard, zij wier leven ons, soms heel eenvoudig, een mogelijke weg heeft gewezen.
Ook vandaag sta ik nog steeds in deze gemeenschap. Ik kom niet alleen naar het pastoraal ambt. Ik word gedragen door deze ontmoetingen, door deze wolk van getuigen, door dit doorgegeven woord.
De inzegening is dus niet alleen een persoonlijke zending. Het is deel uitmaken van een groter geheel. Een verhaal van doorgeven, van getrouwheid, van vertrouwen.
En als ik in één zin zou moeten zeggen wat mij bezighoudt nu dit moment nadert, dan zou het deze zijn:
we gaan altijd vooruit dankzij de ontmoetingen die God op ons pad plaatst en wij zijn op onze beurt geroepen om voor anderen een levend woord te worden, een teken van hoop, een nederige getuige.

