Refugee slow date
Vanavond zat ik in de kathedraal van Antwerpen. Niet voor een mis, niet voor een concert, maar voor iets dat moeilijker te benoemen is: een ontmoeting.
Het initiatief heette “Refugee Slow Dating”. Vijftig tafels in het schip van de kathedraal, honderd (of meer) mensen die elkaar aankijken, tweemaal een half uur. Geen speeches, geen slogans. Gewoon gesprekken, aftasten… ontmoeten. Ik ging erheen zonder verwachtingen. Misschien zelfs met een beetje afstand. Je vraagt je af: wat gaat dit geven?
En dan zit je plots tegenover iemand.
19 jaar. Gaza. Net voor de gruwelijke oorlog vertrokken.
Zijn verhaal was lang, kronkelig, en op sommige stukken stil.
Via Egypte, Marokko, Turkije, Cyprus… tot hier. België.
Wachten op een beslissing die waarschijnlijk negatief zal zijn.
Misschien terug naar Cyprus. Misschien opnieuw beginnen. Misschien opnieuw wachten.
Maar dat was niet wat bleef hangen.
Wat bleef hangen, was dat we het niet alleen over oorlog hadden. Niet alleen over vluchten.
We spraken over taal. Over Arabische woorden zoals habibi. Over muziek. Over de schilderijen van Rubens waar we samen naar keken. Over Jezus en Maria – of Mariam, zoals hij zei – en hoe verhalen soms meer verbinden dan ze scheiden.
Op een bepaald moment vergeet je het label.
“Vluchteling” wordt een mens. Geen statistiek. Geen debat. Geen politieke krantenkop.
Gewoon iemand tegenover je.
Hij zei ook iets anders.
“Ik zit in een kamp.”
Dat woord bleef hangen… Mijn gedachten destabiliserend.
Niet omdat ik het niet wist. Natuurlijk weten we dat. Opvangcentra, asielprocedures en -centra…
we kennen de termen.
Maar het is iets anders om iemand recht in de ogen te kijken en hem dat te horen zeggen.
In België. Vandaag.
“Ik zit in een kamp.”
Hij krijgt 9 euro per week. Hij mag niet werken. Dus wacht hij. En af en toe mag hij iets doen zoals deze avond.
De tweede ontmoeting was met zijn vader en broer.
Minder woorden, moeilijkere communicatie, maar dezelfde onderstroom:
hoop, onzekerheid, zoeken naar iets beters.
En ergens, halverwege de avond, dacht ik:
het woord “gelukzoeker” wordt vaak gebruikt alsof het iets negatiefs is.
Maar eerlijk? Wie van ons is dat niet?
Misschien is dat wel wat zo’n avond doet.
Het verschuift niets aan beleid.
Het verandert geen procedures.
Maar het wijzigt wel iets fundamenteels in je hoofd.
Het maakt het moeilijker om in simpele categorieën te denken.
Het maakt het lastiger om afstand te houden.
En misschien is dat al genoeg om even stil te staan.
En opnieuw te kijken … Naar onszelf: de gelukzoeker.
