DOORdenkertje Vluchtelingenzondag 2026: Preeksuggestie

Preek / Overdenking rond het thema van de Almacht van God versus de vluchtelingenstromen en het leed in de wereld

Gemeente van onze Heer Jezus Christus,

U kunt hier een greep weergeven aan beelden uit het televisiejournaal: Helaas zijn er in onze actualiteit beelden en feiten te over als het gaat om oorlogen en ellende, vluchtelingen wereldwijd,…

Wat vindt er toch allemaal plaats aan kwaad, oorlog, haat en nijd in onze wereld: Mensen in Oekraïne, Gaza, Iran,…. En noem maar op?

Maar ook hier bij ons dicht bij huis: Allemaal mensen speelbal van het lot, van de geschiedenis, van de ‘loop der dingen’, maar niettemin, naar Genesis, schepselen van God.

Dat kan ons als gelovige mensen hier in de kerken de vraag doen stellen: Waar blijft God te midden van dat wereldleed, te midden van het ‘zuchten’ en de ‘barensnood’ der ganse schepping (Rom. 8, 22). Over die vraag hangt, in onze gebroken wereld, een sluier van nacht en nevel.

Toch komen elke Zondag weer mensen bij elkaar om te vieren en te gedenken dat God in Christus de wereld heeft verlost en bevrijd. Want, zo zegt Jezus: ‘Houd goede moed, Ik heb de wereld overwonnen’ (Joh. 16,33)

Maar elke dag zijn er ook weer mensen die de moed verliezen. De leegloop in de kerken is massaal, zoals onlangs een onderzoek in Nederland weer bevestigde.

Als God een God is van liefde en almacht, waarom stapelt het leed zich dan zo op? Eén almachtige vingerknip en al dat leed zou toch uit de wereld kunnen zijn?

Bestaat God niet of wil Hij het zo?
Waarom lijden mensen. En waar blijft God te midden van het lijden?

Velen lossen tegenwoordig deze vraag op door te zeggen: God bestaat niet. Kijk naar Auschwiz. Kijk naar de geschiedenis. Bijna elke bladzijde van onze geschiedenisboeken is gedrenkt in bloed en tranen.

Nee, zeggen zij, de menselijke geschiedenis is zo vol geweld, onrecht en ellende, het kan niet dat God bestaat.

Anders zou Hij met één beweging van zijn sterke arm een einde aan alle ellende maken. God is toch almachtig?

Anderen zeggen: het leed is in de wereld, dus God wil het blijkbaar zo.

Zoekplaats naar God
Maar: die mensen zoeken naar God binnen de ons omringende werkelijkheid. Hun zoekplaats naar God is de geschiedenis. Zij kijken naar de loop der dingen en zeggen of: er is zoveel leed, dus God bestaat niet, of: er is zoveel leed, dus God wil het blijkbaar zo. Wij, ‘die’van beneden zijn'(Joh. 8, 23) hebben een natuurlijke neiging om ook God ‘hier beneden’ te zoeken.

Ik ben van boven…
Goed, God heeft zich wel in onze geschiedenis geopenbaard, namelijk in de historische figuur Jezus van Nazareth. Maar God is niet van onze geschiedenis. Naar het woord van de evangelist zegt God tot ons: ‘… gij zijt van deze wereld, Ik ben niet van deze wereld’ (Joh. 8, 23). Heel nadrukkelijk staat er: deze wereld.

Er staat niet dé, maar deze. Deze wereld, onze wereld (Bijbels theologisch gezien: de wereld-van-na-de-val) is niet ‘van’ God. De God van de bijbel komt van buiten deze wereld, van buiten onze (!) geschiedenis en daarom kunnen we die wereld en die geschiedenis ook niet gebruiken als zoekplaats naar God.

Nee, God, zo kunnen we ongeveer op elke bladzijde van de bijbel lezen, kunnen we vinden in Zijn Woord. In ‘t bijzonder in het Vleesgeworden Woord, in Jezus van Nazareth, die tot de mensen zei: ‘gij zijt van beneden, Ik ben van boven’ (Joh. 8,23)

De vraag naar Gods almacht
Dat is natuurlijk een belangrijke vraag: Is God volgens de Bijbel almachtig? Het begrip ‘Almachtige’ wordt als vertaling gebruikt van het oudtestamentische begrip ‘El Sjaddai en het daarmee samenhangende nieuwtestamentische begrip ‘Pantokrator’.

Maar het is zeer de vraag of die vertaling de juiste weergave is. ‘Sjaddai’ betekent eerder ‘rots’ dan ‘almacht’. Nee, het ziet er naar uit dat wij het begrip ‘almacht’ bij voorbaat op God toegepast hebben.

Waarom? Misschien omdat wij er in onze cultuur nu eenmaal vanuit gaan dat God alleen maar God kan zijn, juist door die eigenschap ‘almacht’. Dus: een algemeen en onbijbels godsbeeld toegepast op een bijzondere bijbelse God.

Een heel ander godsbeeld
Uitgaande van de Christushymne in Filippenzen 2, 6-11, vinden wij een heel ander godsbeeld dan van een almachtige figuur die met een vingerknip een einde aan het leed zou kunnen maken.

Zo begint die tekst weliswaar met de woorden dat Christus God is, maar dat Hij het Gode gelijk zijn niet als een ‘roof’ heeft geacht, maar zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een knecht, een slaaf heeft aangenomen en aan de mensen gelijk geworden is.

Jezus: twéé bewegingen naar beneden
In Jezus treffen we dus niet het beeld van een almachtige God die met een afstandelijke vingerknip een einde aan het leed maakt, maar een God die juist heel dichtbij de mens komt en zich daarbij juist niet aan zijn God-zijn vastklampt (zoals een rover aan zijn buit) maar die, integendeel, als dienstknecht de gedaante van een mens heeft aangenomen.

God daalt dus, in Jezus, van boven naar beneden af. Volgens de hymne zelfs in dubbele zin.

Zo lezen we verder: ‘… in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, en wel de dood aan het kruis’.

Kortom: We zien dus twee bewegingen ‘naar beneden’. Ten eerste ‘ontlediging’ (Filip. 2,7) van God naar mens. Ten tweede: vernedering (Filip. 2 8) van mens naar mens-in-de-vernedering.

Net als die slaven
Het gaat in deze tekst dus heel nadrukkelijk om een God die niet op zijn goddelijke strepen blijft staan. Met ons almacht-begrip heeft dat dus weinig te maken: het gaat om een God die als een knecht, als een slaaf vernederd wordt, uitgelachen, vertrapt en geslagen tot de kruisdood erop volgt…

Net als die vluchtelingen uit Oekraïne,Gaza, Iran,.. en oorlogen wereldwijd.

Dáár is God
We mogen dus niet zeggen, wijzend op al dat leed in de wereld: God bestaat niet. Nee, eerder moeten we zeggen (als we God dan ‘hier beneden’ willen aanwijzen, dan ook wérkelijk beneden: als mens-in-de vernedering!), wijzend op al die vluchtelingenstromen: Kijk daar wordt God gedood, geslagen, vertrapt, vernederd.

Daarbij kunnen we ook nog aan die passage uit Matheus 25,40 denken waar Jezus zegt: ‘Voorwaar ik zegt u, in zoverre gij dit aan één van mijn minste broeders hebt gedaan, hebt Gij het Mij gedaan’.

God wil het leed niet
Ook mogen we niet zeggen, wijzend op het wereldleed: God wil het blijkbaar zo. Want het feit dat God niet anders onze God wil zijn dan juist als (ten diepste) vernederde, dat feit geeft aan dat God het leed, de vernedering van mensen, niet wil. ?
Integendeel: Gods ‘dubbele’ toewending naar de mens, Zijn ontlediging én vernedering, toont ons heel nadrukkelijk een God die zelf deel heeft aan het leed: een ongehoord en ongeëvenaard krachtig signaal van Gods solidariteit met de lijdende mens. Zeg maar: de ultieme uitdrukking van Jezus woord: ‘Geen mus zal ter aarde vallen zonder uw hemelse Vader’ (Matt. 19,29)

Denktrant
Maar een dergelijk godsbeeld ‘past’ niet in ons denken. Onze denktrant dicteert ons een God die almachtig is op de wijze van: ‘alles wat gebeurt is Gods wil’.

Illustratief voor die denktrant is de vertaling: ‘geen mus zal ter aarde vallen zonder de wil van de Vader (Vergelijk o.a. de Heidelbergse Catechismus en de Canisius- en Willibrordvertaling). Zo past God weer in ons denken.

Toch staat er iets gans anders: dat van die ‘wil’ staat er niet bij, integendeel, er staat: ‘Geen mus zal ter aarde vallen zonder uw Vader’. Met andere woorden: De Vader solidariseert zich dus met de lijdenden. Hoe kan Hij het lijden dan willen?

Is God onmachtig?
Is God, wanneer Hij niet beantwoordt aan ons almacht-begrip, dan onmachtig? Volgens de Christushymne in Filipp. 2, 6-11 niet. Daar staat immers dat Jezus zichzelf ontledigde en vernederde. Hij bewerkte zelf zijn vernedering.

Toegepast op deze God moeten wij dus noodzakelijk ons begrip van ‘almacht’ bijstellen.

Blijkbaar (en dat is naar onze denktrant een paradox) gebruikt God Zijn macht om in de huid van onmachtigen te kruipen.

Blijkbaar doet God met Zijn (!) macht heel andere dingen dan wij (!) bij voorbaat (namelijk los van het bijbels getuigenis) denken.

Eigen karakter
Dit geeft dus aan: Het principieel en volstrekt eigen karakter van Gods macht, dat in ‘t geheel niet strookt met wat wij onder macht verstaan.

Maar ook geeft het aan dat God niet on-machtig is.

Hoe moet je dat eigen karakter van Gods macht in onze (!) taal nu uitdrukken?
Met onze woorden ‘almacht’ en ‘onmacht’ glijden we uit.

Sommige theologen gebruiken daarom liever woorden als ‘overmacht’ en ‘volmacht’. Toch blijft het behelpen in onze taal: ze is nu eenmaal met onze (!) voor-onderstellingen besmet.

En het kan niet anders of in Zijn volstrekte eigenheid en bijzonderheid onttrekt de bijbelse God zich aan die (algemene) vooronderstellingen.

Gods macht
Misschien kunnen we het ook zo zeggen: Niet: ‘alles wat gebeurt is Gods wil’. Maar (en dat is iets gans anders!): ‘alles wat God wil gebeurt’.

Dan laten we het dus verder aan God zélf over hoe Hij Zijn macht wenst te gebruiken. We hebben het tenslotte over Zijn (!) macht en niet over ons (!) begrip van (goddelijke) macht.

Amen.

Terug naar DOORdenkertje

arrow