“Vaar naar het diepe” (Lucas 5:4)

In de gereformeerde liturgie is het niet zo gebruikelijk om zelf een bijbeltekst te kiezen voor een verkondiging in de eredienst.

Zo hebben wij het geleerd in de lessen praktische theologie.

 

Het is veel beter om het leesrooster te volgen  en zo de bijbelteksten te ontvangen

die ons worden aangereikt in de gemeenschap van de Kerk.

 

Die teksten nodigen ons uit  om ermee te werken, om ons eraan te schuren,

om ons eraan te prikken,

zodat wij-zelf worden geraakt, bewerkt, bevraagd door de tekst.

 

Een tekst die ons verrast en die ons misschien meer leest dan wij hem lezen.

 

Het is beter dat een tekst ons vastgrijpt,

dat de studie ervan ons verrast,

dat het Woord ons raakt en ons uitdaagt,

dan dat wij een tekst kiezen die ons bevalt

en ons toelaat te zeggen wat wij toch al op het hart hebben.

 

Als predikant, is het mijn gewoonte om het leesrooster te volgen.

Als ik daar vandaag  / van afweek,

is het omdat deze perikoop uit het evangelie van Lucas mij werd gegeven tijdens een stilteretraite.

 

Vorig jaar, wilde ik afstand nemen, tijd nemen voor stilte en meditatie in het klooster van Rixensart,

om te luisteren of ik Gods roepstem herkende

in de vragen van zusters en broeders die mij vroegen

om mij kandidaat te stellen voor het voorzitterschap van onze kerk.

 

Deze tekst heeft mij geraakt en is mij blijven begeleiden tijdens mijn bezinning.

Deze tekst volgt een omweg om uit te komen bij een verhaal van gezamenlijke roeping.

 

Tussen de menigte die uitziet naar het Woord van God

en de vissers die alles achterlaten om Jezus te volgen,

ligt deze omweg.

 

Een wonder, gebaseerd op de mislukking van mannen die een hele nacht hebben gewerkt zonder resultaat, en die toch bereid zijn hun oever te verlaten

en te vertrouwen op een woord.

 

Een mooie opbouw van de evangelist Lucas,

die hier  al zijn vertelkunst  toont.

 

Het verhaal begint met de honger van de menigte die het Woord wil horen, en wiens gretigheid Jezus dwingt om zich voor het eerst van de oever te verwijderen en in een boot te stappen, om meer ruimte te hebben en het Woord te kunnen verkondigen.

Nadat hij zijn leer heeft verkondigd, nadat hij zijn Woord in de harten en geesten heeft ‘geplant’, vraagt hij Simon om nog verder weg te varen, om van wal te steken.

Niet omdat hij zelf meer comfort en gemak wil, maar juist omdat hij opdracht geeft om naar de ‘diepte’ te varen om ‘de netten uit te werpen’….

Ga naar het diepe!’ (Lucas 5:4), ‘waag je aan het onbekende, aan wat je misschien ongerust maakt, verlaat de kust, verlaat het bekende terrein waar je voet aan de grond hebt, waar je denkt dat je het zelf wel redt, neem het risico van het onbekende’… ‘Ben ik niet bij je in de boot?’, lijkt Jezus tegen Simon te zeggen.

 

Voor onze Kerk hoor ik een prachtige oproep en een prachtige belofte in deze woorden van Christus. ‘Ga naar het diepe’ is geen oproep om zelf moediger, prestatiegerichter of innovatiever te zijn dan anderen.

Het is zelfs geen oproep om het beter te doen.

Ga naar het diepe!Het is een oproep om te stoppen met te geloven dat lans de kant blijven ons zal redden.

 

In dit verhaal is de oever geen toevlucht. Geen veilige plaats.

Het is een drukke plek, benauwend zelfs, want Jezus heeft die verlaten door in de boot te stappen.

Christus laat verstaan dat het gevaar niet alleen op het meer ligt.

Het gevaar schuilt ook in de illusie dat blijven aan de oever ons zou beschermen.

De oever lijkt veilig, beschermd tegen golven en stroming. Maar het is een illusie, zegt Jezus.

Een kerk – zoals elke instelling – die aan de oever blijft, is niet veilig.

Zij verzekert zo    haar toekomst niet.

De oever is een grens. Een beperking.

Hij verkleint de ruimte en beperkt de beweging.

 

Daarom worden wij ertoe aangemoedigd om die grens steeds opnieuw samen te overschrijden.

Om in beweging te komen.

 

De oever is het symbool van de grens en zelfs van beperking – hij begrenst de ruimte en beperkt de bewegingsvrijheid.

Het komt er dus op aan voortdurend op zoek te gaan naar mogelijkheden om deze grens te overschrijden, in beweging te komen en ruimte te zoeken om ons verder te wagen en onze netten verder uit te werpen. Het gaat erom samen “drempels te overschrijden”!

Een van onze collega’s vermeldt graag dat het woord “SYNODE”, naast de gebruikelijke betekenis in het Grieks van “Sun-hodos” – “weg die samen wordt afgelegd”, ook kan worden opgevat als “Sun-odos” – “samen de drempel overschrijden”! (Het is een kwestie van ‘zachte geest’ en ‘ruwe geest’ in het Grieks, namelijk een manier om het woord met meer nadruk uit te spreken… Hodos betekent weg en odos betekent drempel).

 

De oever, de rand van het meer,

is zo’n drempel die wij samen mogen overschrijden,

als kerk, in een synodale weg, om onze netten uit te werpen op open water.

 

We kennen al heel wat van deze netten die in volle zee worden uitgeworpen in onze Kerk: het zijn de creatieve en gedurfde initiatieven die zijn genomen door districten, lokale gemeenschappen, coördinatiegroepen, theologische faculteiten, enz., met name door alternatieve bedieningen, investeringen in radio en internet, concrete aanwezigheid op kwetsbare plaatsen, zowel binnen als buiten de muren. Of het nu gaat om detentiecentra, zorginstellingen, opvang- en sociale centra, stadspredikanten en nog veel meer.

Deze initiatieven zijn door elkaar gedragen en erkend, … maar we moeten nog verder gaan, naar nog diepere wateren, waarschijnlijk naar plaatsen waar men ons niet verwacht, in navolging van Christus die nooit heeft opgegeven om te verstoren en “luis in de pels” zijn, zodat het geloof niet als een soort verdoving wordt beschouwd, maar veel meer als een brandend vuur (naar het voorbeeld van de discipelen van Emmaüs)

 

Ga naar het diepe water en werp uw netten uit”. In deze daad van vertrouwen op het Woord van Christus ligt onze roeping.

Het vertrouwen dat ons handelen draagt, is geen “gevoel”, geen emotie, geen innerlijke impuls … Simon “voelt” trouwens niets, hij ‘gelooft’ niet beter of meer, hij handelt ondanks het ontbreken van objectieve redenen om te hopen!

Hier bestaat geloof niet uit de overtuiging dat het “zal lukken”, maar veel meer uit het aanvaarden dat het Woord meer gewicht heeft dan onze ervaring!

 

De ervaring van Simon was die van mislukking:

“Wij hebben ons de hele nacht ingespannen en niets gevangen.”

 

Jezus gaat die mislukking niet uit de weg.

Hij minimaliseert haar niet. Hij verklaart haar niet.

Hij gebruikt haar als vertrekpunt voor een nieuwe zending.

Niet ondanks de mislukking komt de roeping,

maar vanuit de mislukking krijgt zij opnieuw   zin en perspectief.

Wat een belofte voor ons allemaal. Voor onze gemeenschappen. Voor onze structuren.

 

Wat een mooie belofte voor ieder van ons, voor onze gemeenschappen, onze structuren, die onvermijdelijk ook te maken krijgen met mislukkingen of bezorgdheid over de hindernissen op onze weg, nu en in de toekomst.

 

Mislukking is niet het laatste woord.

Zij is de plaats waar Christus zich openbaart en ons opnieuw zijn vertrouwen schenkt.

De ervaringen die niet zijn geslaagd, vormen het moment waarop Christus ons tegemoet treedt om ons te begeleiden naar nieuwe avonturen!

Het Woord verwijst ons onophoudelijk naar de diepe wateren en hun uitdagingen, steeds weer opnieuw.

 

Voor Lucas is het Woord van God geen droom of een zachte balsem.

Het schept een nieuw leven. Het zet in beweging.

Dit is een boodschap voor onze protestantse kerk, en voor elke kerk die haar roeping steeds opnieuw wil herontdekken.

Wat mij raakt in dit verhaal is de vanzelfsprekende samenwerking.

Twee boten. Verschillend. En toch samen.

Zij helpen elkaar om de overvloed binnen te halen.

 

Ik zal vandaag niet ingaan op de details van deze wonderbaarlijke visvangst, die mij verheugt. Wat mij nog steeds opvalt in dit verhaal, is de bijna vanzelfsprekende neiging tot samenwerking: “Ze vingen een grote hoeveelheid vis en hun netten scheurden. Ze wenkten hun metgezellen in de andere boot om hen te komen helpen. Zij kwamen en vulden de twee boten zo vol dat ze bijna zonken” (Lc 5:6-7)

De evangelist Lucas had misschien de twee grote stromingen binnen de Kerk van zijn tijd in gedachten: de heidense christelijke vleugel en de joods-christelijke vleugel.

De vermelding van deze twee verschillende boten die spontaan samenwerken om de vangst binnen te halen, spoort ons aan om samen te handelen: ongeacht taal, stroming, theologie, levensbeschouwing, leeftijd … klinkt hier de oproep om handen, harten en geesten te verenigen. Een oproep tot collectieve verantwoordelijkheid voor wat er op het spel staat!

Het gaat erom ons niet op onszelf te concentreren, maar onze blik te richten op de horizon die de Heer ons wijst. Niet vast blijven houden aan gebruiken, gewoontes en tradities zonder ze te herzien in het Licht van het Woord dat ons in beweging brengt.

Het doel blijft tegen wil en dank datgene waarvoor de Heer ons heeft gezonden: Samen brengen de twee boten de menigte het resultaat van hun vertrouwen in het gegeven Woord: een overvloedige vangst!

Want uiteindelijk is het wel degelijk de honger naar het Woord van de menigte die de echte aanleiding is voor deze hele episode!

Als Christus deze honger niet ernstig had genomen, zou hij waarschijnlijk niet in de boot zijn gestapt; hij zou de vissers niet hebben opgedragen om de kust te verlaten, om deze schijnbare veiligheid op te geven en naar diep water te varen.

 

We zien vandaag zonder moeite het “diepe water” waar Christus ons samen naartoe stuurt: een wereld die steeds meer verdeeld raakt, gepolariseerd raakt, muren opwerpt, verstrikt raakt in machtsstrijd, waar degene die het meest brutaal is in het schenden van recht en gerechtigheid uiteindelijk wint, omdat hij de egoïstische reflexen van zijn aanhangers aanwakkert.

Een wereld waarin woorden kwetsen, beledigen en veroordelen in plaats van te genezen, aan te moedigen, op te beuren en vreugde te brengen.

Een wereld die langzaam afstompt onder de druk van de meest gewelddadigen, een druk die een gevoel van machteloosheid kan doen ontstaan en ons onze verantwoordelijkheid kan doen verliezen als we niet oppassen …

Een levenswijze die de schepping en ons ‘gemeenschappelijk huis’ mishandelt …

 

Elke dag worden wij gezonden om daar onze netten uit te werpen en het Woord te brengen

dat troost, verheft en bevrijdt.

Laten wij samen varen, met vreugde, vertrouwen en hoop.

Christus vaart met ons mee    en leidt ons.

 

Soli deo gloria !

Amen

 

Voorzitter Isabelle Detavernier (11/01/2026)

 

Beeld: Maresa Krupka

 

arrow