| 42Jezus riep hen bij zich en zei:
Jullie weten dat degenen die de volken lijken te regeren als heren over hen heersen, en dat de groten hun gezag laten gelden. 43Zo mag het onder jullie niet zijn. Integendeel, wie onder jullie groot wil worden, zal jullie dienaar zijn; 44en wie onder u de eerste wil zijn, zal de slaaf van allen zijn. 45Want de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen. (Marcus 10:42-45) |
Het is bon ton om kritiek te leveren op ‘de machtigen’. Toch is het verkrijgen en uitoefenen van macht op zich geen kwaad: zonder macht, of door die koste wat kost te weigeren, blijft het onmogelijk om effectief te werken aan een rechtvaardigere wereld, de meest kwetsbaren te beschermen of onderdrukkende structuren of systemen van overheersing te veranderen. De menselijke, bijbelse, politieke en kerkelijke geschiedenis toont ons echter een verontrustende constante: het uitoefenen van macht verandert degenen die haar uitoefenen, zelfs als ze de beste bedoelingen hebben. En deze constatering is niet alleen een morele intuïtie over ‘de macht die verdorven maakt’ – het is een feit dat uitgebreid onderzocht en bewezen is door de menswetenschappen.
Macht corrumpeert… iedereen
Sinds de jaren 2000 toont sociaalpsychologisch onderzoek namelijk regelmatig aan dat macht de neiging heeft om empathie te verminderen, het vertrouwen in het eigen oordeel te vergroten en de aandacht voor de gevolgen van het eigen handelen voor anderen te verminderen.
In zijn uitstekende gelijknamige boek spreekt professor Dacher Keltner van de Universiteit van Californië (Berkeley) over een “paradox van macht”[1]: in tegenstelling tot wat we ons voorstellen bij “het recht van de sterkste”, zijn het vaak sociale vaardigheden (inlevingsvermogen, gemeenschapszin, rechtvaardigheidsgevoel) die iemand in staat stellen om verantwoordelijkheden op zich te nemen… Maar ironisch genoeg worden deze eigenschappen aangetast door het individueel uitoefenen van macht.
Meta-analyses bevestigen ook dat macht de neiging vergroot om regels te overtreden[2], om eigen beslissingen moreel te rechtvaardigen, om de mening van anderen te negeren[3] en om een tekortkoming te ontwikkelen die Jezus voortdurend aan de kaak stelde: schijnheiligheid! [4] Met andere woorden, het probleem ligt niet in de slechtheid van een zogenaamd “type” individuen dat aan de macht komt, maar in de aard zelf van het uitoefenen en behouden van macht.
De Bijbel: helder over de uitoefening van macht
De Bijbel stelde, lang voor de experimentele psychologie, al met bewonderenswaardige helderheid dezelfde constatering. In het Eerste Testament wordt het verzoek om een koning in 1 Samuel 8 beantwoord met een strenge waarschuwing: politieke macht, zelfs als die door het volk wordt gewenst, neigt ertoe te confisqueren, uit te buiten en te domineren. De profeten herinneren er voortdurend aan dat autoriteit verdorven raakt wanneer ze niet meer betwistbaar is (Ezechiël 34, Micha 3, Amos 5).
In het Nieuwe Testament keert Jezus de redenering van overheersing radicaal om (cf. Marcus 10:42-45). Christelijk gezag is dus alleen gerechtvaardigd als het wordt ontdaan van zijn privileges en wordt uitgeoefend als een vorm van dienstbaarheid. In dit opzicht is ons woordgebruik veelzeggend wanneer we in de kerk spreken over het uitoefenen van een ‘ambt’, afgeleid van het Latijnse ministerium: ‘functie van dienaar, dienstbaarheid’[5].
Onze voorgangers in het geloof hebben deze waarschuwingen ernstig genomen. Getekend door de uitwassen van een gecentraliseerde en verheerlijkte kerkelijke macht, hebben Luther, Calvijn en hun erfgenamen benadrukt dat ieder mens in wezen feilbaar is. Vandaar de afwijzing van onbetwistbare persoonlijk gezag en de invoering van gezamenlijke, beraadslagende en tijdelijke structuren. Het presbyteriaal-synodale systeem is niet gebaseerd op democratische naïviteit, maar op antropologische scherpzinnigheid: aangezien niemand bestand is tegen de verleiding tot misbruik, moet de macht worden begeleid, gedeeld, beperkt en gecontroleerd.
Macht en tegenmachten
De werking van onze kerk past in deze logica. Op elk niveau (lokaal, regionaal en nationaal) zijn de verantwoordelijkheden verkiezbaar, collegiaal en beperkt in de tijd. Beslissingen worden genomen in vergaderingen, waarin de invloed van het predikantencorps wordt beperkt door quota om kerkelijk machtsmisbruik tegen te gaan.
Deze organisatie wordt soms als log, traag of inefficiënt beschouwd. Toch vormt zij een echte spirituele en institutionele bescherming, die een rechtvaardige uitoefening van de macht mogelijk maakt. Zij beschermt de kerk tegen misbruik en herinnert eraan dat geen enkel ambt en geen enkel individu heer en meester is over de kerk. Onze kerkelijke democratie is dus geen oppervlakkige ontlening aan de politieke wereld, maar een concrete manier om onze gedeelde verantwoordelijkheid voor God te beleven.
In een tijd waarin sterke machtsfiguren opnieuw aantrekkelijk lijken, ook op religieus gebied, verdient deze protestantse wijsheid het om opnieuw te worden gelezen, niet als een rem, maar als een blijk van trouw: trouw aan de bijbelse helderheid, aan de menselijke ervaring en aan het evangelie van een Christus die zichzelf tot dienaar heeft gemaakt.
Ds. Florian Gonzalez
[1] Keltner, D. (2016). The Power Paradox. Penguin Press.
[2] Keltner, D., Gruenfeld, D. H., Anderson, C., (2000). Power, Approach, And Inhibition
[3] Galinsky, A. D., Magee, J. C., Inesi, M. E., & Gruenfeld, D. H. (2006). Power and perspectives not taken
[4] Lammers, J., Stapel, D., & Galinsky, A. (2010). Power increases hypocrisy: moralizing in reasoning, immorality in behavior

