Onder Gods Oogen – De voorzitter aan het woord

Van halfweg maart tot ver in juni werden bepaalde sectoren van onze samenleving een tijd lang totaal stilgezet. Zo niet de Kerk. Het heeft mij ontroerd, bemoedigd en geïnspireerd te mogen zien met welk
een vastberadenheid, energieke inventiviteit en warme passie vele van onze kerkgemeenten verder
gingen met het organiseren van kerkdiensten, zij het nu online. En wat te denken van de gedreven
wijze waarop gemeenteleden en predikanten zochten naar creatieve vormen van pastorale nabijheid.
En zo is nog veel meer goeds te zeggen. Van stilstand geen sprake.

Hebben talloze initiatieven mij en anderen blij verrast, tegelijk heeft het me meermaals verbaasd met
welk een gretigheid videoplatforms werden aangegrepen om ook ons vergaderleven niet slechts verder te zetten, maar sterk te intensifiëren.

In de eerste weken werden de geplande vergaderingen nog geannuleerd. Maar al gauw werd de beginnersvrees en de treinreis vervangen door een blauw oplichtende weblink. In geen tijd
zat je in de virtuele vergaderzaal en dat dan ook nog met ‘s werelds beste koffie uit je eigen mok.

Het gemak en het gevoel tijdwinst te hebben geboekt, rolde als koren op de molen van ons protestants
verantwoordelijkheidsgevoel en arbeidsethos. Onze mond mag dan wel sola gratia zeggen, velen van ons vinden eigenlijk dat we vooral veel moeten presteren en dat we dat ook moeten willen.

Vanaf eind maart tot ver in de zomer heb ik veel verzuchtingen gehoord over het jachtige leven.
Meer dan doorgaans. Weegt de verwarring van de ongewone situatie zwaar door? Vast wel. Eist
het gebrek aan fysieke nabijheid, het gemis aan een handdruk, begroetingskus, schouderklopje
zijn tol? Dat zeker. Vaak heb ik me ook afgevraagd in hoeverre hard doorgaan met wat we deden een
vlucht is.

Leven en functioneren zonder smartphone was mij al lange tijd onmogelijk. De voorbije maanden
heb ik nu ook nog veel bijgeleerd over en dankzij video-platforms. Daar ben ik blij mee. Ik wil niet
terug naar de woestijn. Maar wat heb ik echt geleerd, als mens, als gelovig mens?
Ik mag veel afleren en blijf mezelf toespreken dat de zin van het leven niet verworven moet
worden. Dat geluk, rust en vrede zich alleen laten vinden, niet najagen. Dat wij door de Heer der
Kerk in de vrijheid zijn gezet om ons te richten op de kwaliteit van het leven, wat te maken heeft met
echtheid, met onder ogen zien, met mijzelf onder Gods ogen te zien.

Hoe moeilijk blijft het om te ontvangen, als een kind.

Ds. Steven H. Fuite
Voorzitter van de Synodale Raad

arrow