Het komt zoals het komt

Foto : An Van der Haeghen

Na meer dan 41 jaar dienst bij de VPKB gaat Bea Baetens, secretaresse van de Voorzitter van de Synodale Raad, met vervroegd pensioen. We wilden haar enkele persoonlijke vragen stellen over hoe zij het geloof beleeft en hoe zij haar werk ervaarde. We zijn ook benieuwd naar haar mening over de Kerk. Bea deelt ons haar positieve en toekomstgerichte visie mee.

Toeval of niet, de visie van Bea sluit mooi aan bij sommige beschouwingen van de werkgroep Eigentijds Kerkzijn. Deze ideeën van de werkgroep over Verbinding en Verandering, zijn al gedeeltelijk geïmplementeerd.

 

Welke rol speelt het geloof in jouw dagelijkse leven?

De laatste tijd is er veel sprake van bubbels. Bubbels in het kader van Coronamaatregelen.

Ik wil het hebben over een andere bubbel, die waarin iedereen apart leeft, zeg maar zijn gedachtegoed. Die bubbel kan van pastel tot zwart gaan, dat is niet zo belangrijk, iedereen heeft recht op zijn eigen schakering(en)overtuiringen.

Wat wel belangrijk is, is dat er regelmatig zuurstof inkomt via een luchtpijp, anders ga je langzaam dood.

Die zuurstof kun je halen in gesprek, in gebed met God. Je kunt het halen uit Zijn Woord. Bijna iedere morgen, terwijl ik wacht op de trein naar Brussel van 6:37, luister ik naar Eerst Dit, de Bijbelpodcast van de Evangelische Omroep en het IZB. Bijbelteksten die daar besproken worden of die je ’s zondags in de kerkdienst hoort, heb je wel al 100 keer gehoord, maar het komt erop aan om je telkens opnieuw open te stellen voor hetgeen God je wil vertellen, hoe je anderen kunt helpen, hoe je dus niet alleen voor jezelf leeft (= vorm van dood zijn). Verder kun je die zuurstof ook halen door samen met anderen na te denken. Hierdoor blijf je niet lusdenken, maar kun je evolueren. Op deze manier kun je je ook beter in de plaats van de ander zetten.

Het is dus van kapitaal belang dat die luchtpijp vrij blijft. Iedereen heeft wel eens problemen, zo groot dat je alleen nog naar beneden kunt kijken en die luchtpijp wat verstopt geraakt, maar dan komt het erop aan om je ogen op te slaan en langzaam opnieuw in gesprek te gaan.

 

Heb je je baan gekozen om betrokken te raken bij de kerk?

Toen ik destijds afstudeerde als vertaler/tolk aan de Hogeschool in Gent, was er geen werk en moest je aanpakken wat er was. Ik had een paar maanden als vertaler gewerkt voor een toeristisch bureau in Brussel, waar ik toeristische folders moest vertalen. Op een bureautje alleen, vertalen, nauwelijks contact met anderen, saaiheid was troef.

Als bij wonder (achteraf bekeken) zocht men in 1979 op het kerkelijk bureau in de Marsvelstraat, net na de fusie van de Kerken, een vertaler. Van huis uit protestants opgevoed, dacht ik, waarom niet?

Ik kan moeilijk stilzitten. Als de notulen van de Synodale Raad of andere documenten vertaald waren, als de stencils getikt waren op elektrische typmachines en gedraaid waren op stencilmachines (destijds ging dat allemaal nog zo), kon ik mijn collega van de boekhouding helpen, samen met anderen rond de grote tafel in de refter aanstellingen van het onderwijsbureau verzenden of in de kelder ijzeren rekken helpen opzetten, als ik maar bezig was. Zo was ik in het begin eigenlijk manusje-van-alles, het principe volgend dat elk werk het waard is om degelijk gedaan te worden.

Ik geef toe dat ik in de loop der jaren af en toe uitgekeken heb naar andere werkgever, maar er was altijd iets dat mij tegenhield. Gaandeweg is mijn werk geëvolueerd naar een ander niveau, maar mijn werk heb ik altijd met volledige inzet gedaan.

 

Waarin bestaat jouw werk?

Mijn werk nu als management assistant bestaat er heel kort gezegd in om proactief ervoor te zorgen, de massa werk in zo goed mogelijke banen te leiden – waarbij je soms aan 101 dingen moet denken – en om het werk van de voorzitter te faciliteren.

Onze taak op het synodebureau bestaat erin om zoveel mogelijk ten dienste te staan van de gemeenten, predikanten of districtsbesturen… en indien mogelijk op korte termijn in te gaan op hun vragen.

Dossiers van personen krijgen bij mij altijd voorrang omdat ik weet dat achter elk dossier een predikant of niet-predikant staat, die een oplossing zoekt voor een bepaald probleem en ook ik het zou appreciëren dat hieraan zo vlug mogelijk gevolg gegeven wordt.

 

Wat vond je het leukst, wat vond je het minst leuk?

Waar ik het meeste van hou is samen nadenken over hoe je bepaalde zaken het beste aanpakt en samenwerken aan bepaalde projecten, zoals destijds in het kleine redactiegroepje van Kerkmozaïek, waarmee we toch zeer mooie resultaten mochten boeken of zoals nu de laatste jaren ondersteunend meewerken in de Synodale Raad waar alles zo transparant mogelijk verloopt.

Hetgeen ik het minst graag deed (verleden tijd, want dat is mijn werk al een tijdje niet meer) is een ellenlang verslag van de synodevergadering vertalen, waaraan je dagen aan één stuk werkt. Wel weer leuk was, als je het verslag zo goed mogelijk vertaald en perfect gelay-out en afgewerkt kunt verzenden.

 

Hoe heb je de kerk zien veranderen, sinds je er werkt?

In de loop der jaren kun je toch vaststellen, dat het tekort aan gedegen menskracht om gemeenten, commissies en werkgroepen te laten functioneren zoals het hoort, steeds nijpender wordt. Komt het door het individualisme, het drukke leven dat iedereen leidt, de vrijblijvendheid die bij veel mensen vooropstaat of de combinatie van alles samen, maar het spaak lopen van bepaalde raderen waarop de Kerk moet kunnen rekenen, wordt steeds scherper zichtbaar.

 

Wat zijn voor jou de uitdagingen voor de kerk vandaag de dag?

De samenleving vandaag is steeds veeleisender en het tempo waarin alles verandert, gaat steeds sneller. Meer, beter is bij de veel mensen het mantra geworden. En in de zeldzame vrije tijd moet je vooral genieten (met nadruk op moet). Wat primeert er hier vooral? Ik.

Een ander “codewoord” is gelukkig zijn. Zo hartstochtelijk nagejaagd en veel te ver gezocht. Wat primeert ook hier? Ik.

We beschikken over een eeuwenoud, maar nog altijd actueel Woord, waarin je antwoorden vindt als je er maar wilt naar luisteren. Wat staat in dit Woord voorop? De ander.

Volgens mij ligt een grote uitdaging van de Kerk om steeds opnieuw te trachten interesse te wekken voor dit Woord door duidelijk te stellen waarvoor wij staan en tegelijkertijd klaar te staan voor de ander, om iets van betekenis te kunnen zijn voor de samenleving.

Misschien gemakkelijker gezegd dan gedaan, maar het doel en daarmee ook de toekomst van de Kerk en de gemeenten ligt in hun maatschappelijke relevantie. Elke gemeente kan voor zichzelf invullen hoe zij maatschappelijke relevant wil/kan zijn (zo niet is ze al dood zonder het te beseffen).

 

Zijn er verwezenlijkingen van de kerk waar je bijzonder fier op bent?

Het mooie van onze Kerk is dat er altijd kan nagedacht worden over verandering en dat zij zich aanpast (al gaat het soms wat traag). Als iets niet goed draait, staat men open voor verbetering. Lichtere structuren b.v. zoals de herindeling van commissies en werkgroepen in coördinaties, zo’n kleine 20 jaar geleden. Andere thema’s zoals het samengaan van gemeenten, huisgemeenten en herverdeling van de predikantstaken werden al heel lang geleden besproken, maar op instignatie van de werkgroep Eigentijds Kerkzijn (samengesteld uit afgevaardigden uit alle districten) werd dit thema opnieuw van onder het stof gehaald. Wat vroeger bij luidop denken bleef, zal door de realiteit waarin we nu leven willens nillens concretere vormen aannemen.

 

Wat wens je de kerk toe voor de toekomst?

De Kerk wordt dikwijls vergeleken met een zeilschip. En wie droomt er nu niet van een groot schip dat met bolle zeilen koers houdt. Het tegendeel is vandaag waar. Onze VPKB is een klein scheepje, dat met veel goede wil en in de loop der jaren met minder en minder financiële middelen en menskracht in stand gehouden wordt. Lang heb ik mij zorgelijk afgevraagd waar we toch op afstevenen?

Maar, dan las ik gerustgesteld een artikel/verslag van de hand van de huidige verantwoordelijke Ambten. Het kwam erop neer of zo heb ik het toch begrepen dat niet wij, maar God onze Kerk in handen heeft. Wij kunnen alleen maar ons best doen, maar uiteindelijk dragen wij geen eindverantwoordelijkheid over de toekomst van de Kerk.

Een andere bemoedigende gedachte haal ik uit een preek, nog niet zo lang geleden, van onze dominee in Gent-Brabantdam waarin dit thema in de marge ter sprake kwam: het gaat niet om het schip zelf, maar om het groepje gelovige mensen van diverse pluimage, dat meevaart. Dat groepje, hoe klein ook, zal altijd blijven bestaan en zal alle stormen trotseren.

Van die beide gedachten ben ik overtuigd geraakt.

 

Conclusie

Et kütt, wie et kütt (Alles komt zoals het komt), zoals men in Keulen zegt, de geboortestad van mijn moeder.

 

Bea Baetens

19.08.2020

arrow