Door Luc Nijs
Jarenlang viel er niet te ontkomen aan Adèle Van Reeth. Van zodra je de Franse radio of TV aanzette zag je ze wel ergens voorbijkomen. Het mag niet verbazen: als bekende filosofe staat ze in Frankrijk bekend om haar talent om complexe filosofische concepten toegankelijk te maken voor een breed publiek. Zo was ze jarenlang maker en presentator van het succesvolle radioprogramma ‘Les Chemins de la philosophie’ op de zender France Culture en in recente tijden -tot maart 2026- was ze de directeur van France Inter, de best beluisterde en populairste radiozender van Frankrijk.
Wie wil weten wat er nadien gebeurde moet verder lezen, want in september 2026 verscheen van haar hand het intieme en filosofische essay ‘Une heure à soi’. Na haar vertrek bij France Inter gaat ze op retraite in een nonnenklooster, in eerste instantie om te ontsnappen aan haar drukke leven vol werk en gezin. Haar bevindingen en ervaringen staan -gelardeerd met de nodige filosofische inbeddingen- opgetekend in dit essay. Ze onderzoekt waarom we bang zijn voor stilte en leegte, en waarom we ons leven constant vullen om de werkelijkheid te ontvluchten. Het boek is een pleidooi om dagelijks bewust tijd te maken voor jezelf zonder schuldgevoel.
Om haar persoonlijk relaas kracht bij te zetten en onze moderne vermoeidheid te begrijpen gebruikt ze ideeën van denkers en schrijvers zoals Virginia Woolf (die symbool staat voor de zoektocht naar de eigen mentale en fysieke ruimte wat direct weerspiegelt wordt in haar boek met de titel ‘A Room of One’s Own’) en Henry David Thoreau (wiens radicale keuze voor de eenzaamheid en de natuur in zijn overbekende ‘Walden’ dient als spiegel voor haar eigen (weliswaar kortere) afzondering). Maar belangrijker nog betrekt ze de gedachten van de filosoof en wetenschapper Blaise Pascal[1] (1623-1662) de meest toonaangevende Franse wiskundige, fysicus, filosoof en christelijk schrijver uit de beginperiode van de Verlichting. Hij ontwikkelde het concept ‘divertissement’ (afleiding of vermaak) in zijn christelijk geschrift ‘Pensées’ (Gedachten), dat postuum in 1670 werd gepubliceerd. Pascal beschrijft ‘divertissement’ als de constante drang van de mens om bezigheid en afleiding te zoeken, puur om te ontsnappen aan de confrontatie met zijn eigen innerlijke leegte, sterfelijkheid en ellende. Zijn bekendste uitspraak hierover luidt dat al het ongeluk van de mens voortkomt uit één enkel ding: dat hij niet rustig in een kamer kan blijven zitten. Van Reeth gebruikt dit inzicht om te verklaren waarom we onze agenda’s zo dwangmatig overvol plannen.
De kern van haar observaties tijdens die retraite zijn als volgt samen te vatten:
- Haar vlucht naar het monastieke leven bracht haar niet de verwachte rust. Integendeel, in plaats van een verlossing wordt de absolute stilte een confrontatie en ervaart ze een acute onrust en drang om de leegte weer direct in te vullen. Wie al eens het programma ‘kloostergasten’ van de Kro ncrv kijkt op zaterdagavond op NPO 2 ziet met enige regelmaat dezelfde symptomen bij de gasten aldaar optreden;
- Ze is kritisch op haar eigen professionele verleden en beschrijft ons gedrag als de sociale rollen die we spelen en noemt het sociale verkeer een “spel voor de gekken” (jeux de dupes) waarin we doen alsof we onmisbaar zijn.
- Haar scherpste en finale conclusie is dat “[h]oe meer we de leegte aan de buitenkant opvullen, hoe dieper we de leegte vanbinnen uithollen”. Het levert een structurele existentiële vermoeidheid op waar geen therapie of medicijn voor bestaat, ook geen kloosterretraite. Tijd voor jezelf opeisen is geen luxe maar een psychologisch gevecht tegen de angst voor de leegte.
Daar ze haar retraite doorbrengt in een niet verder genoemd nonnenklooster speelt religie een specifieke en contrasterende rol in haar analyse die uitgebreid reflecteert op het verschil tussen haar eigen seculiere benadering van stilte en het religieuze leven. Voor een gelovig iemand is de stilte en de afzondering niet leeg. Zij vullen hun stilte met God, gebed en geloof. Voor Van Reeth -als seculier- wordt de stilte voor haar veel confronterender. Zij staat oog in oog met het pure, existentiële vacuüm. Via de gesprekken met de Moeder Overste (révérende mère) komt ze in haar analyse van Blaise Pascal terecht die -zoals gezegd- de menselijke drang naar constante afleiding als een vlucht voor de spirituele leegte zonder God ziet. Van Reeth trekt dit door naar de seculiere moderne mens, die geen religieus doel meer heeft om de leegte mee te verklaren, waardoor onze noodzaak tot “vluchten” (via smartphones- die ze het moderne afleidingswapen noemt dat ons constant naar buiten richt- en overvolle agenda’s) alleen maar neurotischer is geworden. Eerder dan oproepen tot bekering contrasteert ze haar ervaringen om te laten zien hoe de moderne, seculiere mens het vermogen is kwijtgeraakt om simpelweg te ‘zijn’.
Ondanks dat een bekering voor Van Reeth er niet inzit ziet ze een enorme meerwaarde in het gelovige leven. Een ‘benijdenswaardige oplossing voor een modern probleem’ noemt ze het. Die oplossing bestaat er voor Van Reeth in het feit dat de nonnen een structuur hebben gevonden rond gebed en stilte, daar waar de moderne mens constant keuzes moet maken over zijn tijdsbesteding. Het verschaft de nonnen een diepe mentale rust als harnas tegen de chaos van de buitenwereld. Het stilzwijgen van de nonnen is niet leeg maar ‘bewoond’ in tegenstelling tot de moderne mens wiens zwijgen ze als ‘panisch’ omschrijft. De stilte van de nonnen is een vorm van actieve en aanwezigheid van verbinding met God dat functioneert als een psychologisch schild tegen de existentiële eenzaamheid en de angst voor de dood. De afzondering en stilte leiden tot een ‘enorme intellectuele en emotionele helderheid omtrent de menselijke natuur’ zoals ze die in haar gesprekken met de Moeder Overste ook ervaart.
Het geloof biedt een fundament dat de leegte betekenis geeft, iets waar de moderne, seculiere mens volgens haar hard naar op zoek is, maar de instrumenten voor mist. Het essay is een lofzang op de kwetsbaarheid van de moderne mens die in elk van ons schuilt. Bewonderenswaardig is het aankaarten en openlijk fileren door Van Reeth van de “sociale komedie” en de hypocrisie van de wereld. Het essay functioneert als een spiegel voor iedereen die een beetje van zijn menszijn probeert te recuperen en de controle over zijn eigen tijd terug wil, waarbij onszelf terugtrekken (zoals op retraite) steeds meer een noodzakelijke overlevingstactiek wordt.
Het boek is om al die redenen warm aan te bevelen. Maar voor mij als encyclopedist ontbreekt de brug met de ‘mimesis theorie’ van de Franse filosoof van René Girard, wiens theorie perfect toepasbaar is op het verhaal van Van Reeth.
Haar boek leest in feite als een poging om te ontsnappen aan de destructieve dynamiek die Girard beschrijft. Girard stelt dat menselijk verlangen niet autonoom is, maar mimetisch (na-apend). We begeren iets niet omdat we het zelf écht willen, maar omdat we een ander het zien doen of begeren. Sociale media (zoals Instagram en LinkedIn) zijn de ultieme mimetische machines en ook Facebook (Meta) was gestoeld op de gedachte dat als de mens geen idee heeft wat hij moet doen in deze wereld, hij de ander gaat na-apen. Ziedaar de geboorte van Facebook. In het klooster realiseert Van Reeth zich dat haar uitputting het resultaat is van het meespelen in deze mimetische ratrace. Ze joeg doelen na die haar door het maatschappelijke systeem waren voorgeschoteld, om er vervolgens achter te komen dat die haar vanbinnen uitholden.
Als veel mensen hetzelfde nastreven wordt het georganiseerde (mimetische) rivaliteit, chaos en interne spanning wat leidt tot conflict en psychologische uitputting omdat de verschillen tussen mensen vervagen. De smartphone die zij in het boek bekritiseert, is de drager van deze rivaliteit. Het dwingt de moderne mens tot een constante vergelijking met de rest van de wereld.
Het klooster functioneerde voor Van Reeth als een ‘anti-mimetische ruimte’ waar de theorie van Girard niet geldt. De mimetische blik van de nonnen is gericht op God of Christus (wat Girard ‘positieve mimesis’ noemt: het imiteren van een transcendent model dat buiten de menselijke rivaliteit staat. Haar initiële onrust in het klooster is een soort van mimetische afkickfase en waarbij het gebrek aan verlangens en blikken van anderen wordt ervaren als een angstaanjagende leegte. Pas wanneer ze die leegte accepteerde, kon ze ontsnappen aan de mimetische crisis en haar eigen, autonome stem terugvinden. Stoppen met naar anderen kijken om te zien hoe we de leegte moeten opvullen en ons richten naar iets wat buiten de competitie staat (God) is waar de theorie van Girard en de psychologische motivatie van Blaise Pascal natuurlijk samenvloeien.
Adèle Van Reeth, Une heure à soi, Editions Gallimard, Paris, september 2026, 176 pp.
[1] Mag ik hier even een warm pleidooi houden voor de zeer recente en excellent geschreven biografie van Blaise Pascal van de hand van Graham Tomlin (theoloog en voormalig bisschop in de Church of England): Blaise Pascal. De grondlegger van onze moderne wereld, Kokboekencentrum, Utrecht, 2026, pp. 410.
Dr. Luc Nijs is voorzitter van de kerkenraad van de protestantse kerk Turnhout en gastpredikant binnen het netwerk van Belgische protestantse kerken (VPKB)


