VOOR GOD SPELEN ?

DE WETENSCHAPPELIJK, THEOLOGISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE IMPACT VAN GENETISCHE MANIPULATIE.

Introductie 

Vorige week werden we verrast door het bericht van de geboorte van ‘ de eerste genetisch gemodificeerde tweeling’. Een Chinese geneticus ‘ verbeterde’ met een DNA bewerkingstechniek de embryo’s. Wetenschappers in de hele wereld in schok. Er is de roep om een brede discussie.              De Europese Kerken organiseerden in februari van dit jaar al een conferentie over dit onderwerp. Over de urgenter geworden vraag: Wie willen wij zijn? Streven we naar perfectie ? Willen we menselijke imperfectie uitbannen?

 Verslag van een conferentie in Parijs van 27-28 februari 2018 georganiseerd door de CEC

                                 ( Conferentie van Europese Kerken) door Etienne Bourgeois.

In februari van dit jaar nam dr. Etienne Bourgeois – lid van de Werkgroep Kerk in de Samenleving (KidS)-  deel aan een conferentie in Parijs over genetische manipulatie. Hij  vertegenwoordigde er de VPKB. Eén van de meest opvallende uitkomsten van deze conferentie is, volgens Etienne Bourgeois, de noodzaak om deze problematiek op de publieke agenda te zetten. De recente vooruitgang van research en technologie op het terrein van genetische manipulatie is veelbelovend maar houdt ook een bedreiging in voor de mensheid en de Schepping. Zozeer dat het een urgente zaak is dat het geen onderwerp blijft voor experts alleen. Genetische manipulatie vraagt om een breed democratisch overleg. En onze kerk kan en zou een actieve rol moeten spelen in zo’n publiek debat. Hij deelde enkele reflecties met ons. KidS trok een conclusie.

Dr. Etienne Bourgeois,
Professor Educatie Louvain la Neuve en Universiteit van Geneve.                                                                                    
Lid van de VPKB Werkgroep Kerk in de Samenleving ( KidS)

INLEIDING

Deze conferentie werd georganiseerd in Parijs door de groep die zich bezig houdt met de thema’s rond biomedische ethiek binnen de CEC (Conferentie van Europese Kerken) in samenwerking met de protestantse  theologische faculteit van Parijs en het instituut “Saint Serge” van de Orthodoxe  theologie in Parijs .

Het doel was om  wetenschappelijke, theologische (Orthodox, Protestants, Rooms-katholiek) en wettelijke standpunten met elkaar uit te wisselen om zo een standpunt te kunnen formuleren rond het moeilijke thema van genetische manipulatie. Er waren 36 mensen aanwezig, vooral theologen, filosofen  en wetenschappers.

De bedoeling van dit rapport is niet een uitvoerig verslag te geven van alle lezingen en discussies van die twee dagen, maar wel enkele reflecties te formuleren die ons kunnen helpen bij ons eigen besluitvormingsproces en de manier waarop we met dit thema doorgaan .

GENETISCHE MANIPULATIE : EEN MOEILIJK THEMA  DAT ONS ALLEN AANGAAT

In zijn twee openingslezingen  gaf  prof. Robin Lovell-Badge, hoofd van de afdeling stamcel  en genetisch onderzoek van het Francis Crick Instituut uit Groot -Brittannie ons een overzicht van de recente ontwikkelingen op dat terrein. Om het in een notedop  duidelijk te maken:                                           de nieuwste technieken om ons erfelijk materiaal te bewerken is volop in gebruik. Als men dat vergelijkt met voorgangers van de laatste tientallen jaren, dan blijkt deze methode, “CRIPR-dCas 9” genoemd,  eenvoudig en betaalbaar,  maar ook effectief te zijn (betrouwbaar met een lage foutmelding). Deze methode is heel snel over de hele wereld verspreid. Dat betekent dat voor de eerste keer in de menselijke geschiedenis, de mens in staat is zijn menselijk DNA materiaal  op grote schaal te veranderen.

Mensen zijn dus in staat om menselijke wezens te maken!

Dit roept natuurlijk cruciale vragen op, niet alleen voor de filosofen en theologen, maar voor de samenleving in zijn geheel! Het is een prangend vraagstuk dat serieus moet aangepakt worden zodat men ruimte maakt voor een weg die zowel de slechtste als de beste scenario’s  terzelfdertijd in de gaten houdt!

De beste, omdat het mogelijkheden biedt om het menselijk welzijn te optimaliseren door  het voorkomen en genezen  van erfelijke ziekten.

Maar terzelfdertijd ook de slechtste omdat het de weg heeft vrijgemaakt voor het idee van de zogenaamde “designer baby’s  (dat zijn baby’s die gevormd zijn op bestelling met daarbij de voorkeur van de besteller wat betreft de kenmerken (bvb blond haar, blauwe ogen etc.)).

En nog slechter: het opent ook de weg naar allerlei vormen van eugénisme.

Maar zelfs als we genetische manipulatie alleen gebruiken voor pure therapeutische doeleinden dan rijzen er toch ethische vragen zoals bvb het risico van mutaties (en daar kunnen we niets tegen doen) of  het statuut van het menselijk embryo (hebben we het recht  een menselijk embryo te maken alleen voor maar genetische manipulatie ??).

Al deze zaken  eisen  een diepgaande bezinning van ons allen: een radicaal “nee” houdt een vooruitgang  van de geneeskunde tegen alsook het welbevinden van de mensheid; een laks  “laissez faire“ opent de weg  naar misbruik.

EEN THEOLOGISCHE BENADERING: VANUIT DE PROTESTANTSE HOEK

Prof . Peter Dabrock (dept. theologie, Frederick-Alexander Universiteit, Erlangen-Nurnberg) gaf een protestantse visie over het onderwerp. Hij legde er de nadruk op om drie criteria te hanteren:

het individuele (waardigheid, welbevinden, etc.) de leefomgeving (duurzaamheid, diversiteit, onderling verband, dierenwelzijn, etc.) en de samenleving in zijn geheel (sociale aspect, gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid, overleving van de soort, etc.).

Hij s voor een ethische, individuele en sociale verantwoordelijkheid , omdat we als mens de opdracht hebben gekregen om Gods schepping te beschermen. Die verantwoordelijkheid impliceert  dat we enerzijds een radicale ”nee” -houding moeten vermijden, vooral omdat de menselijke nieuwsgierigheid  een kado van God is en het behoeden van God’s schepping ook kan betekenen dat men het menselijk welzijn wil verbeteren.

Maar verantwoordelijkheid betekent ook  dat we een “laissez faire“-houding moeten vermijden. Dit  om mogelijke misbruiken te voorkomen, die de meest recente ontwikkelingen  van onderzoek en technologie  van genetische manipulatie (eugenetics en designer baby’s) hebben aangetoond en om de mens te stoppen in zijn neiging om “God te spelen“.

EEN POLITIEKE EN SOCIALE BENADERING: De behoefte om de ontwikkeling van het onderzoek in genetische manipulatie (GM) te controleren en te reguleren heeft gelukkig geleid tot het vastleggen   van wat er kan en mag binnen wettelijke normen.

In Europa, tijdens de Oviedo Conventie (1997) werden die normen en de daarop volgende  bijkomende afspraken geformuleerd door de Europese Raad en het Comité van Bio ethica,  die instaan voor die regulerende rol.  Deze zijn  bedoeld om individuen, de samenleving en soorten te beschermen tegen mogelijke misbruiken in de huidige en toekomstige ontwikkelingen van GM.

Voor prof. Mark Hunyadi (Katholieke universiteit van Leuven en Louvain la Neuve) is dit niet voldoende en hij legde uit dat er op dit punt twee problemen zijn:

1e Eerst en vooral  betoogt hij dat de huidige wetgeving hieromtrent uitsluitend is gefocust op de rechten van het  individu ten koste van een meer sociale en globale  benadering.                                         Voor hem maakt dit de weg vrij  voor wat de filosofen een resultaat gerichte benadering noemen (met als tegenpool  een op principes gebaseerde  benadering) die alleen rekening houdt met pragmatische gevolgen van het toepassen van GM en het kostenplaatje. Ze is alleen bezorgd voor de huidige individuele kosten en het profijt dat men heeft. Het verwijzen naar principes is echter zo ruim en vaag (het verwijst systematisch naar noties van “menselijke waardigheid” wat dit ook mag betekenen) dat het gebruikt kan worden om allerlei soort  van praktijken  te rechtvaardigen, waaronder ook bedrieglijke.

Hij geeft in overweging dat zo’n benadering helemaal past in het neo-liberale, markt- en winst  gerichte denken dat sinds kort de genetische industrie ondersteunt en beheerst. Alhoewel nadenken over praktisch resultaat  belangrijk is, mag dit  niet het enige ethische criterium zijn  die de huidige praktijk en het gedrag bij GM bepaalt.
De ethiek zal ook aandacht geven aan de manier waarop er met  “anderen” wordt rekening gehouden in de manier waarop het resultaat  wordt bereikt. Met andere woorden :
”het doel  heiligt niet de middelen”!
Zien we menselijke wezens als kwetsbaar, dan moeten die beschermd worden en ontzien, of zien we hen als “kapitaal” of gekunsteld om te worden uitgebuit of verbeterd.

Daarom is er een dringende behoefte om ons meer te gaan richten op basisprincipes die  gericht zijn op het beoordelen en reguleren van GM-praktijken, en niet alleen op de kosten/voordelen voor het individu. De benaderingswijze via ” betekenis”  zou bovenaan moeten staan bij de discussie en beoordeling  van de vooruitgang van wetenschap en techniek.

Wat voor een soort van mens of van samenleving willen we nastreven? Wat moet beschouwd worden als “gemeenschapschappelijk goed”? Beschouwen we dat investeringen van gemeenschapsgeld in de groei  van GM een prioriteit is boven andere publieke investeringen (zoals bvb welzijn, medisch onderzoek op andere gebieden, etc. ).

2e Een tweede probleem dat prof Hyunadi naar voren bracht is het feit dat het thema van versterking van ethische normen en regulaties op dat terrein momenteel in de handen zijn van een paar gespecialiseerde groepen  van experten (wetenschappers, theologen, filosofen) terwijl het eigenlijk  de zorg van iedereen zou moeten zijn  en dus zou moeten behandeld worden als een politiek thema. Dat vraagt om een breed, structureel en sociaal  overleg. Dus is er dringend behoefte aan om dit belangrijk onderwerp  op de publieke agenda te zetten. En daarbij een adequaat politiek en wetgevend middel  te ontwerpen en toe te passen om op een efficiente manier de publieke discussie hierover te leiden.

Hij wijst er nogmaals op dat deze benaderingswijze een andere is dan de markt gerichte, die er steeds weer op uit is om elke vorm van publieke en politieke regulatie en supervisie  van een collectieve actie  te boycotten. Hoe dan ook, het verschuiven van het gesprek over GM in handen van een paar specialisten en organisaties naar een politieke discussie, vergt een grondige opvoedkundige inspanning om uit te leggen waar het echt om gaat en om te voorkomen dat het een opgelegd besluit wordt, gebaseerd op technische en wetenschappelijke expertise.

Bovendien een echt overleg vanuit de samenleving over dit onderwerp is ook dé manier om er zeker van te zijn dat er ruimer over gesproken wordt in relatie tot andere beleidsmaatregelen (bvb de prioriteit  van uitgekozen investeringen t.o.v andere).

CONCLUSIE: EEN PERSOONLIJK VOORSTEL

Het lijkt mij dat onze kerk, de VPKB,  goed  geplaatst is om bij te dragen aan deze discussie op basis van de hierboven aangedragen denkrichtingen.

Een specifiek protestantse zienswijze over de  ethiek van individuele en maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft als consequentie het zoeken naar een weg, die ligt tussen het a priori radicale “no” en de “laissez-faire“ houding. Daarbij plaatst ook onze bezorgdheid voor de bescherming van God’s schepping ons in een legitieme positie om een publiek debat  -samen met anderen- aan te moedigen. Hierin zijn het de principes (en dan niet alleen het vage begrip menselijke waardigheid), die de vooruitgang van de wetenschap en technologie van  GM ondersteunen.
En dus moeten we actief aan dit debat meedoen.

Op Europees niveau.. Onze kerk is lid van CEC en als zodanig zijn we hierbij betrokken. De CEC heeft  een afgevaardigde /waarnemer in de Commissie Bio ethica van de Europese Raad, die als taak  heeft de Conventie van Oviedo opnieuw te bestuderen in het licht van de meest recente ontwikkelingen van wetenschap en techniek op alle terrreinen, zo ook GM. Dit is op zich belangrijk maar het is niet voldoende rekening houdend met wat hierboven gezegd is.

Na een gesprek hierover in de Werkgroep Kerk in de Samenleving (KidS) denken we proactief te moeten bijdragen aan het debat over GM door het bovenaan de publieke agenda te plaatsen. Dit kan bijvoorbeeld door vragen te stellen aan onze afgevaardigden, zowel op nationaal als Europees niveau. Ook door te zoeken naar mogelijkheden voor het stimuleren van het publieke debat over dit onderwerp. De komende verkiezingen in België  kunnen misschien  een goede mogelijkheid bieden om zo’n appel  te doen.

September 2018                                                                                                                                                             Etienne Bourgeois (VPKB- Werkgroep Kerk in de Samenleving ( vertaling uit het Frans door Lida Blommaert )

 

Foto: AP Photo/Mark Schiefelbein

 

(

arrow