Constitutie & Kerkorde

 I.- Woord vooraf

Historische situering

De Kerkorde van de Verenigde Protestantse Kerk in België is ontstaan na fusiegesprekken tussen verschillende Kerken. Deze fusiegesprekken leidden in 1979 tot de vorming van de VERENIGDE PROTESTANTSE KERK IN BELGIE. De Kerkorde is na deze eenheidsbesprekingen geschreven in de geest van 1 Cor. 14: 33: ‘God is geen God van wanorde, maar van vrede’. Ze kwam tot stand in de geest van Johannes Calvijn, die van mening was dat de uiterlijke organisatie van de kerk van de grootste betekenis is voor de bemiddeling van het verborgen werk van de Heilige Geest. De Verenigde Protestantse Kerk in België geeft daarom de voorkeur aan de term ‘Kerkorde’ boven die van ‘kerkrecht’.

Theologische situering

Een Kerkorde heeft tot doel om het komen van God tot de mensen te dienen. Hiermee geven we zowel de grond als de grens van de Kerkorde (= de orde in de kerk) aan. Iedere regeringsvorm dient immers door wetten geregeld te worden. Dit geldt ook voor de geestelijke regering van de kerk. Neemt men de wetten weg, dan worden de kerken van hun zenuwen beroofd.

Weliswaar kan een Kerkorde het lichaam van de gemeente niet bezielen. Dit geschiedt door de prediking. Calvijn heeft dit op een eenvoudige manier door middel van een beeld verduidelijkt: de regering van de kerk, het predikambt en de overige orde vormen samen met de sacramenten als het ware het lichaam van de kerk. De doctrina, het gepredikte Woord, is de ziel die het lichaam inspireert, levend en werkzaam maakt. Daardoor voorkomt men dat het lichaam van de kerk een dood en nutteloos kadaver is. Het kerkrecht en de Kerkorde willen de voortgang van de prediking in de meest brede zin van het woord (doctrina) bevorderen en waarborgen. Omgekeerd is de prediking in deze ruime zin ook het middel waardoor recht en orde ontstaan.

De grote vraag bij dat alles is: welke vorm moet een Kerkorde aannemen en waarop dient men haar te baseren? Het reformatorische uitgangspunt van deze

Kerkorde van de Verenigde Protestantse Kerk in België is dat alle gelovigen bij het kerkelijk leven zijn betrokken. Helemaal aan het begin zegt de voorliggende Kerkorde dat in één zin. Ze roept hierbij alle gelovigen op om in voorbede en dienstbetoon ten gunste van de hele schepping, het verzoenend en bevrijdend werk van de verheerlijkte Christus in de wereld voort te zetten.

 Praktische richtlijnen

Deze bundel teksten bevat drie luiken. Allereerst de Constitutie die de basis van de kerkelijke ordening vormt. Om ze te wijzigen is een lange en zware (in de teksten nader omschreven) procedure nodig. Het tweede luik draagt de naam Kerkorde. De krijtlijnen, uitgezet in de Constitutie, krijgen hier een nadere invulling. Het derde luik bevat allerlei documenten die vooral de toepassing van de Constitutie en Kerkorde op het oog hebben. Ze kregen de naam mee van modellen, formulieren en documenten. Ze maken gemeenten, werkgroepen, commissies, coördinaties en gemeenteleden die op zoek zijn naar meer achtergrondinformatie over bepaalde concrete vragen, wegwijs in het interne leven van de Verenigde Protestantse Kerk in België. Ze reiken kerkenraden, consulenten en gemeenten ook modellen aan, die zij kunnen gebruiken bij allerlei situaties.

We hopen met de publicatie van deze teksten een bruikbaar werkinstrument te presenteren met een duidelijke en overzichtelijke structuur. Bij de revisie werden zowel nieuwe besluiten en teksten als (waar nodig) tekstcorrecties doorgevoerd. Tevens hebben we zorgvuldig gewaakt over een consequente vertaling. We wijzen er ten overvloede op dat alle ambten open staan voor mannen en vrouwen (waar sprake is van hij wordt uiteraard ook zij bedoeld). Voor eventuele redactionele verbeteringen en veranderingen houden wij ons aanbevolen.

We wijzen er tenslotte op dat met deze publicatie alle voorgaande versies zijn vervallen.

De Synodale Raad van de VPKB 2017


II.- Inhoudsopgave
Woord vooraf I
Inhoudsopgave II
Lijst van in de VPKB meest voorkomende afkortingen III
Historische aantekeningen IV
CONSTITUTIE  
Deel 1 – Algemene beginselen  
Het geloof van de Kerk Art.   1
De roeping van de Kerk Art.   2
De opbouw en de beslissingsorganen van de Kerk Art.   3
De ambten in de Kerk Art.   4
De betrekkingen met de Overheid Art.   5
De betrekkingen binnen de Kerk Art.   6
De toelating van gemeenten binnen het verband van de Verenigde Protestantse Kerk in België  

Art.   7

De interkerkelijke relaties Art.   8
De quorums, meerderheden en mandaten Art.   9
De vrijgevigheid en het financiële leven van de Kerk Art. 10
Deel 2 – De plaatselijke gemeenten en wijkgemeenten  
De omschrijving van de gemeente en van de wijkgemeente Art. 11
De leiding van de gemeente Art. 12
De centrale kerkenraad Art. 13
Het plaatselijk reglement Art. 14
De samenstelling van de gemeente Art. 15
De leden van de gemeente Art. 16
De samenstelling van de gemeentevergadering Art. 17
De erkenning door de burgerlijke overheid Art. 18
Deel 3 – De districtsvergaderingen  
De indeling in districten Art. 19
De samenstelling van de districtsvergadering   Art. 20
               Hebben stemrecht Art. 20.a)
               Hebben raadgevende stem Art. 20.b)
De bevoegdheid van de districtsvergadering Art. 21
Samenroepen en werkwijze van de districtsvergadering Art. 22
               Gewone en buitengewone zittingen Art. 22.1
               Verslagen en moties Art. 22.2
               Geldigheid van beraadslagingen en stemmingen Art. 22.3
               Werkwijze van de districtsvergadering Art. 22.4
               Notulen Art. 22.5
De samenstelling van het districtsbestuur Art. 23
De bevoegdheid van het districtsbestuur Art. 24
Deel 4 – De Synodevergadering  
De samenstelling van de Synodevergadering Art. 25
               Hebben stemrecht Art. 25.a)
               Hebben raadgevende stem Art. 25.b)
De bevoegdheid van de Synodevergadering Art. 26
Samenroepen en werkwijze van de Synodevergadering Art. 27
               Samenroepen van gewone, buitengewone en verdaagde zittingen Art. 27.1
               Agenda van de Synodevergadering Art. 27.2
               Geldigheid van beraadslagingen en stemmingen Art. 27.3
               Werkwijze van de zittingen Art. 27.4
               Notulen Art. 27.5
De samenstelling van de Synodale Raad Art. 28
De bevoegdheid van de Synodale Raad Art. 29
De voorzitter van de Synodale Raad Art. 30
Deel 5 – De Algemene Kerkvergadering  
 
De Algemene Kerkvergadering Art. 31
                  Taak van de Algemene Kerkvergadering Art. 31.1
                  Samenstelling van de Algemene Kerkvergadering Art. 31.2
                  Werkwijze van de Algemene Kerkvergadering Art. 31.3
Vervallen Art. 32
Vervallen Art. 33
 
Deel 6 – De betrekkingen van de VPKB met de Belgische overheid  
 
De koninklijke erkenning en de naam van de Kerk Art. 34
De verbintenissen van de Kerk Art. 35
De verhouding van de verantwoordelijken voor de bijzondere opdrachten tot de burgerlijke overheid Art. 36
 
Deel 7 – Bijzondere bepalingen  
 
Wijziging in het statuut van gemeenten Art. 37
Pensioen Art. 38
Het recht van beroep Art. 39
                  Recht van beroep van de verantwoordelijke organen Art. 39.1
                  De leden van de tuchtraad Art. 39.2
                  De tuchtraad Art. 39.3
                  De tuchtraad van beroe Art. 39.4
Externe  betrekkingen Art. 40
                  Geaffilieerde kerken Art. 40.1
                  Partnerschap en administratieve overeenkomst Art. 40.2
Wijzigingen in de Constitutie en de Kerkorde Art. 41

 

III.- Lijst van in de VPKB meest voorkomende afkortingen

 

APRT                           Association Protestante pour la Radio et la Télévision

ABL                             District Antwerpen-Brabant-Limburg

ARPEE                         Administratieve Raad voor de Protestants-Evangelische Eredienst

BF                               District du Brabant Francophone

BCRL                           Belgian Council of Religious Leaders

CCEA                           Commission de catéchèse pour les enfants et les adolescents

CEPPLE                       Conférence des Eglises protestantes des pays latins d’Europe

CERPE                         Commission Enseignement Religieux Protestant-Evangélique

CdM                           Commission des Ministères

CSP                             Centre Social Protestant

DB                               Districtsbestuur

DV                               Districtsvergadering

EPR                             Eglise Presbytérienne au Rwanda

EPUB                          Eglise Protestante Unie de Belgique

ESOP                           Entraide et Solidarité Protestante

UFPG                          Universitaire Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid

FUTP                           Faculté Universitaire de Théologie Protestante

GEKE                           Gemeinschaft Evangelischer Kirchen in Europa

HIPGO                        Hoger Instituut voor Protestantse Godsdienstweten-schappen

Hocc                           District du Hainaut Occidental

HONL                          District du Hainaut Oriental – Namur – Luxembourg

KEK                             Conferentie van Europese Kerken

L                                  District de Liège

OWVL                         District Oost- en West-Vlaanderen

PRODOC                     Protestants Documentatiecentrum

ProJOP                       Protestants Jeugdwerk Overleg Platform

PSC                             Protestants Sociaal Centrum

RSP                             Ressourcement et Spiritualités protestantes

SPJ                              Service Protestant de la Jeunesse

SR                               Synodale Raad

SV                               Synodevergadering

UBB                            Unie van Baptisten in België

VPKB                          Verenigde Protestantse Kerk in België

WCC                           World Council of Churches

WCRC                         World Communion of Reformed Churches

WMC                          World Methodist Council

 

Historische aantekeningen

Deze historische aantekeningen bieden een summiere kennismaking met de drie kerkverbanden die bij de zeven jaar durende éénheidsbesprekingen betrokken waren. Ze beschrijven hoe deze gesprekken hebben geleid tot het ontstaan van de Verenigde Protestantse Kerk in België.

Door haar liberale grondwet garandeert de Belgische grondwet van 1831 aan de burgers vrijheid van godsdienst, van onderwijs, van pers en van vereniging. Deze voorwaarden schiepen een gunstig klimaat voor de ontwikkeling van het protestantisme. Zo is het echter niet altijd geweest.

 

De Protestantse Kerk van België

 

Tijdens de Reformatie richtte men in de Zuidelijke Nederlanden enkele honderden gemeenten op. De lutherse gemeenten bleken geen behoefte te hebben aan een kerkelijke structuur, in tegenstelling tot de hervormde gemeenten die zich in 1562 in een synode verenigden.

De nederlaag van de Geuzen (de gereformeerde protestanten) en de herovering van de zuidelijke provincies door Spanje werden definitief een feit met de val van Oostende in 1604. Hiermee sneuvelde meteen het laatste protestantse bolwerk. Reeds sterk verzwakt door een massale uitwijking, dook het protestantisme in de volgende eeuw onder. De ‘Kerken onder het Kruis’ – schuilkerken – overleefden tot het Barrièretraktaat van 1715. Dat liet hen toe om even op krachten te komen. Ze kregen hierbij de steun van de Staten-Generaal van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Het Tolerantie-edict van Keizerkoster Jozef II (1781), dat spijtig genoeg weer werd afgeschaft in 1792, gaf de protestanten voor het eerst bestaansrecht.

Door de inlijving bij Frankrijk en de ‘Loi des Articles organiques des Cultes protestants’, werden de nog bestaande gemeenten opgenomen in het verband van de hervormde gemeenten van het Franse Keizerrijk.

De komst van de Nederlanders luidde een nieuwe periode in. Na de stichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, werden de gemeenten onder Koning Willem I verenigd in de Kerkprovincie Limburg. Men integreerde ze in het kerkverband van de Nederlandse Hervormde Kerk. Aan de vooravond van de Belgische onafhankelijkheid (1830) telde men in onze streken 56 plaatselijke gemeenten, waaronder 25 garnizoensgemeenten.

Na de ondertekening van het Verdrag van XXIV artikelen, bracht men deze gemeenten samen in één verband. Zestien kerkenraden verenigden zich op 22 en 23 april 1839 in de BOND DER PROTESTANTSEVANGELISCHE KERKEN VAN HET KONINKRIJK BELGIË, geleid door een synode. Voortaan vormden de gemeenten Antwerpen, Bergen, Brussel (Franstalig), Dalhem, Dendermonde, Doornik, Dour, Gent, Hoei, Luik, Maria-Horebeke, Olne, Pâturages, Rongy,  Spa  en  Verviers-Hodimont samen de synode. Ze kreeg op 18 mei 1839, onder Leopold I, koninklijke goedkeuring en werd zodoende de enige erkende autoriteit voor alle protestantse Kerken in België.

In de loop van de jaren sloten andere gemeenten hierbij aan. Om te beginnen Kerken van buitenlandse oorsprong. Daarnaast gemeenten ontstaan door intensieve evangelisatiearbeid van het in 1844 opgerichte Comité Synodal d’Evangélisation en het in 1880 gestichte Evangelisatie Comité Silo.

Na de Eerste Wereldoorlog vervoegden Kerken uit de Oostkantons de rangen. Onder invloed van centraliserende stromingen werd de Bond op 19 juni 1957 omgevormd tot de PROTESTANTSE EVANGELISCHE KERK VAN BELGIË. In 1964 stelde deze Kerk met de Belgische Jaarlijkse Conferentie van de Verenigde Methodistische Kerk een verbindingscomité in, met het oog op de oprichting van een nieuwe en tevens verenigde Kerk.

Reeds in 1816 ontwaart men sporen van het methodisme – een krachtige evangelische Reveilbeweging uit de 18de eeuw. Het werk van het wesleyaans (dit is methodistisch) zendingsgenootschap leidt echter nog niet tot het stichten van plaatselijke gemeenten. Pas in 1910 legt de Mouvement Mondial des Fraternités de eerste contacten met het oog op de inplanting van de Methodist Episcopal Church South. Door Wereldoorlog I komt het plan pas tot stand nadat de vrede is getekend. Aanvankelijk beperkt de arbeid zich tot het verlenen van materiële hulp aan de bevolking van geteisterde gebieden. Al spoedig breidt het initiatief zich echter uit tot een krachtige evangelisatie in heel het land. Men maakt hiervoor gebruik van publicaties, een ziekenhuis, een middelbare school en opent – zoals later in 2009 opnieuw zal gebeuren – een ‘Huis van het Belgische Protestantisme’.

In 1930 vormen een twintigtal plaatselijke gemeenten de BELGISCHE JAARLIJKSE CONFERENTIE VAN DE METHODISTISCHE KERK. Rond diezelfde tijd ontstaat een toenaderingsbeweging tussen de drie voornaamste methodistische Kerken in de Verenigde Staten. Deze eenheidsbesprekingen, met inbegrip van het zendingswerk in alle werelddelen, leidt tot éénwording in 1939. De nieuwe Kerk draagt de naam Methodist Church en de Belgische Jaarlijkse Conferentie is hiervan een onderdeel. Samen met een aantal methodistische Kerken in andere Europese landen in Centraal- en Zuid-Europa, vormt de Belgische Conferentie hierop het diocees Genève. Een van de kenmerken van deze Kerk is haar verlangen naar nauwe samenwerking, die zich uit in allerlei vormen van gemeenschappelijk getuigenis. Nieuwe besprekingen, dit keer met de United Evangelical Brethern, brengen verdere eenheid tot stand en lopen uiteindelijk in 1968 uit in de oprichting van de United Methodist Church.

De onderhandelingen van het Belgische verbindingscomité blijven ondertussen echter niet zonder resultaat. Op 18 en 19 april 1969 nemen de synode van de Protestantse Evangelische Kerk van België en de Belgische Jaarlijkse Conferentie van de Verenigde Methodistische Kerk, een nieuwe Constitutie aan.

Middels een protocol van fusie, getekend door beide Kerken, ontstaat op 22 juni 1969 de PROTESTANTSE KERK VAN BELGIË.

De Hervormde Kerk van België

Het BELGISCH EVANGELISCH GENOOTSCHAP (Société Evangélique Belge), de latere Hervormde Kerk van België, is een vrucht van een opwekking uit het begin van de 19de eeuw. Er bestaan op dat ogenblik nog amper 7 protestantse kerken, voornamelijk samengesteld uit buitenlanders.

Met de steun van de Société biblique britannique et étrangère ontstaat in 1837 een vereniging voor bijbelverspreiding. Colporteurs en evangelisten brengen mensen bijeen, begerig om de bijbelse boodschap te ontdekken. Zo vormt men in verschillende streken van ons land kleine (geloofs)gemeenschappen.

Predikanten en leken uit het buitenland organiseren in de navolgende jaren een systematische evangelisatiearbeid. Ze richten tot 25 protestantse lagere scholen op, in een tijd waarin het onderwijs nog vrijwel onbestaande is. Vaak liggen deze scholen aan de basis van nieuwe kerkgemeenschappen. In 1849 voegt het Comité van het Belgische evangelische genootschap (Comité de la Société évangélique belge) BELGISCHE CHRISTELIJKE ZENDINGSKERK (Eglise chrétienne missionnaire belge) aan de naam toe. Dit, ten einde duidelijk aan te geven dat men in het land een protestantse Kerk wil ontwikkelen, christelijk, missionair en nationaal. Vanwege de nauwe verbondenheid met de Reformatie van de 16de eeuw, besluit de Belgische Christelijke Zendingskerk in 1862 de geloofsbelijdenis van Guido de Bres te aanvaarden. Ze verwerpt hierbij evenwel uitdrukkelijk alles wat de inmenging van de burgerlijke overheid in geloofszaken goedkeurt (artikel XXXVI).

Een jubileumjaar wordt uitgeroepen in 1887. De Belgische Christelijke Zendingskerk telt op dat moment 35 gebedsplaatsen met 7.000 leden, meest voorkomend uit de lagere kringen. Voor het merendeel zijn ze van rooms-katholieke origine. Onder invloed van sociale en economische veranderingen breidt het werk zich echter niet verder uit.

Het neemt daarentegen wel vastere vorm aan, door aan leken verschillende verantwoordelijkheden op het gebied van opwekking en bezinning toe te vertrouwen. Men vormt deze gemeenteleden ook voor het nemen van verantwoordelijkheid in het maatschappelijke leven. Het resultaat? Het ontstaan van allerlei sociaal werk zoals een weeshuis, een ziekenhuis, een organisatie voor bejaardenhulp, allerlei coöperaties en tenslotte verenigingen voor drankbestrijding.

Ook in de pers laat de Belgische Christelijke Zendingskerk een protestants geluid horen. In 1850 verschijnt het (halfmaandelijkse) tijdschrift Le Chrétien belge, in 1932 omgedoopt tot Revue Protestante belge. Ook het tijdschrift Paix et Liberté, komt vanaf 1895 regelmatig uit. Het brengt de christelijke boodschap vanuit een bekommernis voor de problemen van gelovigen in het dagelijkse leven.

Talrijk rollen de religieuze traktaatjes van de persen van de evangelisatiedrukkerij te Nessonvaux. Ze ondersteunen de evangelisatiearbeid. Voor de verspreiding van protestantse lectuur heeft men zodoende een eigen uitgeverij.

Door steun van buitenlandse predikanten en giften van zusterkerken, verwerft de Belgische Christelijke Zendingskerk steeds meer zelfstandigheid. Tussen de beide wereldoorlogen komt die er, om te beginnen op financieel gebied. Vanaf 1960 ook inzake predikambt, door de stichting van de Faculteit voor Protestantse Godgeleerdheid te Brussel.

In 1970 besluit men de naam HERVORMDE KERK VAN BELGIË aan te nemen. Men wil hiermee de identiteit ten opzichte van het Belgische publiek en de Kerken in het buitenland duidelijker omschrijven.

Een studie van de inplanting van kerken, brengt de Hervormde Kerk van België tot het opstellen van een nieuw spreidingsplan. Men herverdeelt gemeenten en predikantsplaatsen, om de doeltreffendheid van het getuigenis te vergroten.

De solidariteit, uitgedrukt in een geest van offervaardigheid en gestimuleerd door het synodale beleid, ondersteunt het werk van verschillende commissies. Ze maken de Hervormde Kerk van België tot een hecht bouwwerk, waarin iedereen zich nauwgezet aan de op democratische wijze tot stand gebrachte besluiten houdt.

De Hervormde Kerk van België is medeoprichter van de Gereformeerde Wereldbond in 1875 en van de Wereldraad van Kerken in 1948. In België levert zij een aandeel in de samenwerkingspogingen tussen de Kerken. In 1904 is ze erbij voor de oprichting van de Vereniging voor de Geschiedenis van het Belgisch Protestantisme. In 1910 werkt ze mee bij het stichten van het Belgische protestantse zendingsgenootschap in Congo en in 1923 helpt ze bij het tot stand komen van een Federatie van Protestantse Kerken in België.

Vanuit een verlangen naar een andere dan federatieve vorm van samenwerking tussen Kerken, besluit de Hervormde Kerk van België in 1970 deel te nemen aan besprekingen met de Protestantse Kerk van België en de Gereformeerde Kerken in België. Men wenst zo te komen tot de oprichting van één kerkverband, de VERENIGDE PROTESTANTSE KERK IN BELGIË.

De classis België van de Gereformeerde Kerken

 De geschiedenis van de GEREFORMEERDE KERKEN IN BELGIË begint in Nederland. Daar ontstaat in de 19de eeuw als reactie op het theologisch liberalisme, een afscheidingsbeweging. Ze pleit voor trouwe handhaving van de oude belijdenisgeschriften, met name de Confessio Belgica en de Heidelbergse Catechismus. Als gevolg hiervan maakt een groot aantal plaatselijke gemeenten zich los van de Nederlandse Hervormde Kerk.

In 1892 ontstaan zo de Gereformeerde Kerken in Nederland, door het samengaan van twee afscheidingsbewegingen. De eerste dateert uit 1834 en de tweede (de Doleantie) uit 1886. Wat zich bij de Noorderburen afspeelt, blijft in België niet zonder gevolg. In 1894 volgen enkele Nederlandse families in Brussel dit voorbeeld.

Zij verlaten de plaatselijke Nederlandse protestantse kerk en institueren op 20 december 1894 de Gereformeerde Kerk van Brussel. Een eerste stap, in 1899 gevolgd door de Gereformeerde Kerk in Antwerpen. Later ontstaan er, hoofdzakelijk door immigratie uit Nederland, andere Gereformeerde kerken in Gent (1926) en Mechelen (1938). Denderleeuw (1953) en Boechout (1955) door evangelisatiearbeid. De post Antwerpen-Hoboken in 1953 eveneens. Zes gemeenten en een wijkgemeente dus, allen Nederlandstalig en samen goed voor ongeveer 2.000 doop- en belijdende leden. 8 (Nederlandse) predikanten en twee in algemene dienst bedienen ze. Eén predikant legt zich toe op het evangelisatiewerk en een ander op het toerustingswerk.

De Gereformeerde Kerken in Nederland beseffen gedurende de hele 20ste eeuw, dat de verantwoordelijkheid voor de verkondiging van het Evangelie niet ophoudt bij de eigen landsgrenzen. Daarom nemen ze ook de verantwoordelijkheid voor de evangelieprediking in België op zich. In 1927 sticht de generale synode een algemeen deputaatschap, speciaal belast met de zorg voor de evangelisatiearbeid in België. Een krachtig aangevat en zegenrijk initiatief. Waar er Gereformeerde Kerken ontstaan, komt er ook een lagere school. Men gebruikt deze ‘Scholen met de Bijbel’ als een wervende factor in de evangelisatiearbeid.

Naar Kerkordelijk gebruik horen de Gereformeerde Kerken in België bij een zogenaamde classis (vergelijkbaar met een districtsvergadering). In 1896 beslist men dat dit de classis Dordrecht zal zijn, ‘als de dichtstbijzijnde kerk voor Brussel, wat de directe reisverbinding betreft…’

Door de behoefte aan permanent onderling contact en overleg, voorziet de vorming van de Kring België van de Gereformeerde Kerken in 1951 in een behoefte. Wil dit orgaan enerzijds geen ‘gesprekskring zonder enige binding’ zijn, anderzijds bezit hij geen enkele kerkelijke bevoegdheid.

De vorming van deze kring maakt vooral een betere onderlinge samenwerking mogelijk. Er komt hierdoor echter ook een opening van de Gereformeerde Kerken in België naar andere protestantse kerken. De gereformeerde kerken richten zich hierdoor steeds meer op de behoeften in het eigen land. Zij nemen deel aan de Federatie van Protestantse Kerken in België en haar commissies (derde wereld, jeugd, radio en televisie). Ze investeren zich in het Belgische protestantse zendingsdepartement. Maar ook participeren ze onder andere aan het Belgisch Bijbelgenootschap, de Protestantse Theologische Faculteit te Brussel en het protestants godsdienstonderwijs op de scholen.

Met uitdrukkelijke goedkeuring van de Gereformeerde Kerken in Nederland besluiten de Belgische kerken daarom tot het aanvaarden van overheidssubsidie. In een in 1968 met de Protestantse Evangelische Kerk van België gesloten overeenkomst, spreekt men het verlangen uit naar een nauwer samengaan. Dit verlangen blijft niet zonder antwoord. De overeenkomst resulteert in het eerste overleg (op bilaterale basis) over een mogelijke éénwording. Later – vanaf 1971 – ontstaan dan de éénheidsbesprekingen op trilaterale basis met de Hervormde Kerk van België.

Door deze evoluties dienen de Gereformeerde Kerken in België meer kerkrechtelijke zelfstandigheid te bezitten. De Gereformeerde Kerken in Nederland zetten met ingang van 1 januari 1974 dan ook het licht op groen voor een zelfstandige CLASSIS BELGIË. Een historische gebeurtenis! Ze geeft een nieuw ‘gezicht’ aan deze groep kerken en opent formeel nieuwe wegen en mogelijkheden.

De generale synode van de Gereformeerde Kerken in Nederland besluit op 8 april 1978 haar goedkeuring te verlenen aan de deelname van de Gereformeerde Kerken in België aan de voorgenomen vorming van de Verenigde Protestantse Kerk in België. Tevens besluit de synode de deputaten voor de zaken van de Belgische kerken te handhaven en ze op te dragen de ex-Gereformeerde Kerken in België te begeleiden bij de integratie in de nieuwe structuur. Ze moeten ook de opbouw van een nauwere relatie tussen de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Verenigde Protestantse Kerk in België bewerken. Een logisch gevolg van de oorspronkelijke opdracht, namelijk om hulp te verlenen bij de vervulling van de bijzondere taken waartoe de Belgische kerken in hun situatie zijn geroepen. Men denkt aanvankelijk vooral aan evangelisatie in het algemeen en andere taken naar buiten.

De Gereformeerde Kerken in België nemen uiteindelijk deel aan de éénheidsbesprekingen, vanuit een oprecht verlangen naar een vernieuwde kerk die – getrouw aan het Woord van God – het getuigenis van het evangelie laat horen in de huidige samenleving.

De Verenigde Protestantse Kerk in België

Om tot méér samenwerking en mogelijks tot de oprichting van een nieuwe Kerk te komen, ontstaan er in 1968 contacten tussen de Protestantse Evangelische Kerk van België en de Hervormde Kerk van België enerzijds en de Protestantse Evangelische Kerk van België en de Kring België van de Gereformeerde Kerken anderzijds. Door de fusie tussen de Protestantse Evangelische Kerk van België en de Belgische Conferentie der Verenigde Methodistische Kerk vallen deze contacten echter spoedig stil.

Begin januari 1970 neemt men het contact weer op. Een op 26 januari gehouden rondetafelgesprek is het startsein voor de drie kerkverbanden om de gesprekken te hervatten. Men stemt om te beginnen de kerkelijke violen, door de belofte geen bilaterale gesprekken met het oog op een eenheid meer te houden. Alles dient voortaan trilateraal te verlopen.

De niet-officiële contactcommissie Hervormde Kerk van België / Protestantse Kerk van België / Gerefor-meerde Kerken in België, voert in de loop van dat jaar ernstige besprekingen. Ze resulteren in een basisdocument, met de wens om tussen de drie Kerken officiële besprekingen te openen die alle niveaus van het kerkelijk leven bestrijken. Doel is te komen tot de eenwording van de kerkverbanden. In grote lijnen bepaalt men meteen ook de werkwijze van de eenheidsbesprekingen. Eenheidsbesprekingen, zo luidt het basisdocument, ‘hebben slechts kans van slagen als ze vergezeld gaan van de voortdurende voorbede van alle leden en organen van het betrokken kerkverband, opdat de zaak van een eenheid zich zoveel mogelijk ‘in de Heer’ en ‘naar de Geest’ moge ontwikkelen’.

De synodes van de Hervormde Kerk van België, de Protestantse Kerk van België en de Kring België van de Gereformeerde Kerken verklaren zich na diepgaand intern beraad akkoord. Zo kunnen de officiële eenheidsbesprekingen in 1972 beginnen. Met een contactcommissie en vijf werkgroepen, voor de opstelling van een geloofsverklaring, de structuren, de verhouding Kerk en Staat, de interkerkelijke relaties en de financiën. De contactcommissie coördineert het werk van deze werkgroepen, onder leiding van de genoemde synodes en de kring/classis. Deze hoogste kerkelijke organen geven daar waar nodig adviezen en dienen de nodige beslissingen over de voorgelegde documenten te nemen. Onder andere de eerste Constitutie- en Kerkordeartikelen moeten worden afgesproken.

En men haalt de voorziene datum. Op 30 september 1978 zet de constituerende Synodevergadering van de Verenigde Protestantse Kerk in België het licht op groen, nadat de synoden van de Hervormde Kerk van België, de Protestantse Kerk van België en de Classis van de Gereformeerde Kerken in België plechtig de voorbereidingsperiode afgesloten hebben. Die duurt van 1 oktober tot 31 december 1978. Vanaf 1 januari 1979 is de Verenigde Protestantse Kerk in België een feit.

Tijdens de dankdienst op zaterdag 4 november 1978 ondertekent men plechtig de geloofsverklaring (zie artikel 1 van de Constitutie) die de moderator sindsdien bij aanvang van iedere synode in drie talen voorleest. De Verenigde Protestantse Kerk in België heeft ook een Verklaring van eenheid.

De Protestantse Kerk van België, de Hervormde Kerk van België en de Gereformeerde Kerken in België, bereid samen te antwoorden aan hun gemeenschappelijke roeping tot eer van de ene God, Vader, Zoon en Heilige Geest en begerig het Evangelie beter te dienen in de samenleving van vandaag, ontvangen als een genade van God de mogelijkheid die hun geboden is, zich te verenigen in een nieuwe kerk onder de naam van VERENIGDE PROTESTANTSE KERK IN BELGIË.

De betrekkingen met de overheid

De betrekkingen met de overheid ondergaan in de loop van de jaren enkele fundamentele veranderingen.  De erkenning en de daaruit volgende subsidiëring van de verschillende erediensten door de Belgische overheid steunt op de Belgische grondwet. De erkende eredienst wordt vermeld in de wet van 4 maart 1870 betreffende het tijdelijke van de eredienst. De erkenning van de protestantse erediensten gaat, zoals hierboven beschreven, terug tot de wet van 18 germinaal van het jaar X van de Franse republiek (8 april 1802).

De reeds door de Nederlandse overheid gesubsidieerde protestantse kerken verenigen zich in 1839 in de BOND DER PROTESTANTSEVANGELISCHE KERKEN VAN HET KONINKRIJK BELGIË. Op 18 mei 1839 antwoordt de Minister van Binnenlandse Zaken op een verzoek uitgaande van de synode van deze Bond “…dat het de Koning heeft behaagd … te besluiten, dat de synode van de Bond van Protestantse Evangelische Kerken in België … in het vervolg door Zijn regering zal worden beschouwd als de enige autoriteit van de Protestantse Kerken in België en dat de besluiten van de genoemde synode zullen worden beschouwd als de uitdrukkelijke wil van deze kerken”.

Als gevolg van de hierboven beschreven fusies met de Methodistische Kerk (1969) en de Gereformeerde en Hervormde Kerk (1979) groeit de Bond uit tot de huidige VERENIGDE PROTESTANTSE KERK IN BELGIË. De overheid beschouwt deze synode vanaf 1979 als de enige kerkelijke autoriteit van de protestantse eredienst. De VPKB beheert dan ook voor het gehele protestantisme de verschillende materies die een relatie met de overheid inhouden, in het bijzonder de erkenning van plaatselijke kerken en predikantsplaatsen, het godsdienstonderwijs in scholen, de aalmoezeniersdiensten in het leger, in de gevangenissen, in de ziekenhuizen en bij de migranten, en het verzorgen van protestantse uitzendingen op radio en televisie.

Bepaalde niet-gesubsidieerde kerken en denominaties, waarvan sommige reeds in 1839 bestaan, blijven hierdoor echter buiten de erkende synode. Vanaf de 2de helft van de 19de eeuw, en vooral in de 20ste eeuw, ontstaan een groot aantal nieuwe denominaties en onafhankelijke plaatselijke kerken, voornamelijk van evangelische strekking. Wegens de grote verschillen op theologisch en Kerkordelijk vlak sluit de grote meerderheid van deze kerken zich niet aan bij de erkende synode en zijn zij dan ook niet rechtsreeks vertegenwoordigd bij de overheid.

Ten einde betrokken te zijn in het beheer van de materies die een relatie met de overheid inhouden, en ook vertegenwoordigd te zijn bij de overheid, verenigen een aantal van deze denominaties en kerken zich in de Evangelische Alliantie Vlaanderen (EAV) en in de Fédération Évangélique Francophone de Belgique (FEFB).

Wanneer een erkenning als aparte vleugel binnen de protestantse eredienst niet mogelijk blijkt, wordt samen met het Verbond van Vlaamse Pinkstergemeenten (VVP) in 1998 de FEDERALE SYNODE VAN PROTESTANTSE EN EVANGELISCHE KERKEN IN BELGIË (FS) opgericht.

Ook de VPKB wordt uitgenodigd, hiervan deel uit te maken. Na afwijzing hiervan door de VPKB ondertekenen de FS en de VPKB in 1998 een intentieverklaring om onderhandelingen te beginnen over de oprichting van een nieuw administratief orgaan om beide vleugels bij de overheid te vertegenwoordigen en om alle zaken die door de overheid zijn toevertrouwd aan de protestantse eredienst, te organiseren. Deze onderhandelingen verlopen in een klimaat van een groeiend wederzijds vertrouwen en zullen uiteindelijk uitlopen in de stichting van de ADMINISTRATIEVE RAAD VAN DE PROTESTANTS-EVANGELISCHE EREDIENST (ARPEE). Deze heeft als opdracht om als administratieve vertegenwoordiger van de protestants-evangelische eredienst op te treden bij de burgerlijke overheid namens de VPKB en de FS, en alle materie te organiseren, door de overheid toevertrouwd aan de protestantse eredienst.

Constitutie en Kerkorde

arrow